Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 november 2020 in de zaken tussen
[X] , thans wonende te [Z] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- 2012; verzamelinkomen van € 633.822 en een vergrijpboete van € 163.259;
- 2013; verzamelinkomen van € 760.652 en een vergrijpboete van € 196.180;
- 2014; verzamelinkomen van € 996.496 en een vergrijpboete van € 258.934, de verzuimboete is vernietigd;
- 2015; verzamelinkomen van € 1.299.116 en een vergrijpboete van € 337.362.
Redelijke schatting
- derdenonderzoek bij [O] ;
- bankafschriften (binnenlands en buitenlands) ten name van eiser en zijn echtgenote;
- koopcontracten betreffende vastgoed in [I] ;
- het controlerapport van 23 mei 2017 naar aanleiding van het boekenonderzoek.
- het politie proces-verbaal met nummer [# 2] p. 97 tot en met p. 740;
- het vonnis betreffende eiser van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam met parketnummer [# 3] , van [,,] 2019.
Voor de aan de overschrijding verbonden consequenties hanteert de rechtbank de uitgangspunten van het Gerechtshof Amsterdam zoals neergelegd in de uitspraak van 2 juli 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1298. Bij een overschrijding van de redelijke termijn van 1 tot 2 jaren hanteert de rechtbank daarom een vermindering van de boete met 15%, met als maximum een bedrag van € 20.000. Dit resulteert in de volgende boetes.