Verzoeker werd geconfronteerd met een besluit van de burgemeester van de gemeente Koggenland tot sluiting van zijn woning vanwege de aanwezigheid van een hennepkwekerij met 36 planten. Het primaire besluit en het daaropvolgende bezwaarbesluit werden gehandhaafd, waarna verzoeker beroep instelde en een voorlopige voorziening verzocht.
De voorzieningenrechter beoordeelde dat de bevoegdheid tot sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet een discretionaire bevoegdheid is, waarbij belangen zorgvuldig moeten worden afgewogen. Hoewel de aantallen hennepplanten en softdrugs handelshoeveelheden overschreden, bleek uit de stukken dat er geen sprake was van grootschalige teelt, georganiseerde drugscriminaliteit of drugsoverlast in de buurt.
Verzoeker bracht naar voren dat hij kwetsbaar is vanwege ernstige gezondheidsproblemen, suïcidale klachten en financiële afhankelijkheid van uitkeringen, en dat hij niet elders terecht kan zonder ingrijpende gevolgen. De rechtbank vond dat de burgemeester deze persoonlijke omstandigheden onvoldoende had meegewogen en dat de belangenafweging niet zorgvuldig was gemotiveerd.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De voorlopige voorziening werd toegewezen, waardoor de sluiting van de woning werd geschorst tot zes weken na het nieuwe besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.