Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 februari 2022 in de zaak tussen
VOF [eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Hoofddorp, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“Artikel 1: ingangsdatum ProDe werknemer is bij de werkgever in dienst getreden per 1 januari 2013.
Artikel 2: functie Pro
Artikel 6: salaris Pro
Artikel 7: arbeidsongeschiktheid Pro
Artikel 8: heffingskorting ProWerknemer verklaard door ondertekening van deze arbeidsovereenkomst de heffingskorting bij werkgever niet te willen toepassen.
Artikel 9: vakantietoeslag Pro
Artikel 10: pensioen ProWerknemer zal niet deelnemen aan een pensioenregeling.”
“Overwegende dat:
Artikel 1: ingangsdatum ProDe opdrachtnemer is bij de opdrachtgever in dienst getreden per 1 januari 2013.
Artikel 2: functie Pro
Artikel 3: duur Pro
Artikel 4: arbeidstijd Pro
Artikel 5: bruto Pro vergoeding
Artikel 6: heffingskorting ProOpdrachtnemer verklaard door ondertekening van deze arbeidsovereenkomst de heffingskorting bij opdrachtgever niet te willen toepassen.
Artikel 7: vakantietoeslag Pro
Artikel 8: pensioen ProOpdrachtnemer zal niet deelnemen aan een pensioenregeling.”
- de gezagsverhouding tussen werkgever en werknemer;
- de verplichting van de werknemer tot het persoonlijk verrichten van arbeid;
- de verplichting om voor de werkzaamheden loon te betalen.
resultaatvan de werkzaamheden, acht de rechtbank aannemelijk, maar dat onderscheidt de werknemer nog niet van de opdrachtnemer. Dat over de
invullingvan de werkzaamheden in formele of materiële zin afspraken bestonden of aanwijzingen moeten zijn gegeven, acht de rechtbank zoals in 18 is overwogen niet aannemelijk en naar wat eiseres en mevrouw over de werkzaamheden hebben verklaard ook niet noodzakelijk. Met andere woorden; als er al opdrachten of instructies zouden kunnen worden gegeven, dan acht de rechtbank aannemelijk dat deze niet meer konden inhouden dan een nadere bepaling van de verlangde prestaties. Dergelijke opdrachten en instructies kunnen ook worden gegeven bij de uitvoering van een overeenkomst van opdracht (vgl. Hoge Raad 18 december 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC4848 ).
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- wijzigt de beschikking aldus dat eiseres ten aanzien van mevrouw niet verzekeringsplichtig is voor de werknemersverzekeringen;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres voor een bedrag van € 1.518, en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 354 aan eiseres te vergoeden.