Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
- het onderzoek 26DeVink: het onderzoek tegen het bedrijf Ennetcom en diens directeur en enig aandeelhouder [naam 1] ;
- de onderzoeken 26Koper, 13Rendlia en 13Rooibos: drie zogenoemde liquidatieonderzoeken, althans onderzoeken naar (voorbereidingen van en/of pogingen tot) ernstige geweldsdelicten, waarbij gebruik is gemaakt van BlackBerry-telefoons van het bedrijf Ennetcom.
de vier hiervoor genoemde strafrechtelijke onderzoeken).
‘dat ze het gisteren allemaal beseften en daarom even met elkaar moeten gaan zitten’. Tevens wordt door [D.M.] en [E.L.] gebeld naar [I.K.] , maar het lijkt er sterk op dat hij zijn telefoon niet opneemt. Om 13.10 uur op 28 december 2013 geeft [E.L.] aan dat ze er zijn. In de periode van 14.00 uur tot en met 16.00 uur maakten onder meer de telefoons van [D.M.] , de verdachte en [E.L.] gebruik van dezelfde BTS-sides in Amsterdam Noord.
‘We gaan er vol tegen aan nu. Geen weg terug’.
‘we moeten gewoon echt gaan zuiveren om ons heen en de boel strakker aantrekken’. [N.H.] geeft op 29 december 2013 aan [G.M.] aan:
‘hun hebben al de start knop gedrukt bij onze brada (…) bijna hadden ze weer 1 van ons dus gewoon beginnen als packman pakken wat je kan en dan vallen ze wel weer uit elkaar’en
‘We gaan ze laten schudden als een vulkaan’.
“Geliquideerde man is Iraniër [M.A.H.] (26)”– dat [N.H.] (‘Chavez’) en [K.J.] (‘Oog’) het nu ook zien en wel ‘pap’ gaan trekken. Op 5 september 2014 zegt [I.K.] tegen [D.M.] : ‘is ze eigen schuld bro serieus hoefte niet maar ja hij koos er voor’. [D.M.] reageert: ‘Klopt bro (…) die man heeft ons verraden bro en dat is een les voor anderen bro’.
‘To Do’lijst aangetroffen. De lijst is op 23 maart 2015 aangemaakt en op 7 mei 2015 aangepast. Op de lijst staan onder meer adressen van de moeder en zussen van [slachtoffer 3] (‘ [bijnaam] ’), [slachtoffer 4] (‘Boeloe’), [O.L.] en de broers [naam 3] , althans adressen die met deze personen in verband kunnen worden gebracht.
‘Kennie’s allemaal OT, AT en recherche’. Deze notitie is eveneens op 23 maart 2015 aangemaakt en bevat gegevens van diverse voertuigen (merk, type, kenteken). Uit navraag bij het RDW, de Rijksdienst voor het wegverkeer, is gebleken dat het gaat om voertuigen van de politie dan wel politiemedewerkers.
deelneming aaneen organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr Pro ligt tevens een opzetvereiste van de verdachte besloten. Redelijke wetsuitleg brengt volgens de Hoge Raad mee dat voor "deelneming" voldoende is dat de verdachte in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.
“(…), maar ik heb geen tijd voor die kat en muis spel, wanneer het tijd voor hem is is het tijd, weet je hoeveel mensen, dat ik alleen hoef te zeggen hé gi, je weet toch, en die man heeft een probleem”.
“Swa heeft ons allemaal groot gebracht”en (in reactie op het artikel)
“Hun hadden ruzie over het feit dat zij wou gaan ‘snitchen’ bij die vrouw van Swa, dat ‘hij’ het had gedaan. Maar hij wou dat niet. Dat is de waarheid, dat weten hun weer niet. Snap je wat ik bedoel? Ze schrijven dingen mooier dan het is, maar ik weet het dieper (fon.) dan hun”.
- de verdachte op 24 december 2013 de gepantserde BMW van zijn broer [D.M.] naar [G.M.] heeft gebracht, die deze auto gebruikte voor zijn veiligheid;
- na de poging tot liquidatie van [G.M.] in de vroege avond van 27 december 2013, als [G.M.] op het politiebureau is, de verdachte in de buurt van dat politiebureau is, samen met [naam 5] , en dat beiden daar ook contact hebben met [D.M.] en [K.J.] ;
- de telefoon (met daarin het toenmalige nummer) van de verdachte in de middag van 28 december 2013 een beweging maakt richting Amsterdam Noord, waar volgens PGP communicatie – zoals hiervoor in de algemene overwegingen is vermeld – de groep van [G.M.] bijeenkomt. Uit de voorafgaande PGP communicatie tussen [D.M.] en [E.L.] volgt dat met de komst van “lieve” (een bijnaam van de verdachte) de groep compleet is.
“(…) hij is echt, hij is m’n brother man (…) die man is gewoon ready voor (…)”en
“Iedereen is ready, maar die man is je weet toch, hij heeft een tijdje meegelopen met mij en [E.L.] toch”.
- dat niemand aan “kleine” komt, dat “kleine” zijn broeder (brada) is, dat “H” er altijd voor hem is geweest en hij voor “H”, dat hij “H” vanaf dag 1 heeft beloofd dat hij op hem zou passen, tot het einde; familie, nummer 1;
- dat [D.M.] en (een) ander(en) (“jullie”) ook goed op “H” moeten letten.
- het aantreffen van het DNA-profiel van de verdachte op een huls op de plaats delict van de poging tot liquidatie van [naam 6] op 17 augustus 2013 in Amsterdam (map 3, pagina 44);
- eventuele betrokkenheid van de verdachte in het deelonderzoek Himalaya, blijkende uit de Ennetcom berichten van [G.C.] (zijnde de gebruiker van het e-mailadres beginnend met 26v0) van 16 februari 2014 om 05.45 uur (
- eventuele betrokkenheid van de verdachte in het deelonderzoek Dollar.
- het feit dat ook [E.L.] de gebruiker was van een e-mailadres van Ennetcom (u0z3), welk adres in onder meer de PGP telefoons van [G.M.] , [D.M.] en [I.K.] stond opgeslagen (map 15, pagina 309 e.v.);
- de betrokkenheid van [E.L.] bij de hiervoor beschreven gebeurtenissen van eind december 2013 (PGP communicatie en aanwezigheid bij de bijeenkomst in Amsterdam Noord, na de poging tot liquidatie van [G.M.] );
- de omstandigheid dat [E.L.] in de avond en nacht van 25 op 26 mei 2013 met onder andere [D.M.] en [S.I.] op het feest Waterfront in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam was (map 3, pagina 55) en dat hij na de dodelijke schietpartij die nacht in dat museum – gepleegd door [S.I.] , waarbij [naam 8] om het leven is gebracht – werd aangetroffen in een auto met daarin een vuurwapen, terwijl hij bovendien een kogelwerend vest droeg (map 3, pagina 92);
- als ook de hierna vermelde OVC-gesprekken.
“Zaterdag in de middag, vijf dagen geleden, ik weet niet meer precies hoe laat, misschien tussen 12.00 en 13.00 uur, belde er (…) iemand aan, diegene kwam bij ons aan de deur. En toen zag ik dat [E.L.] ineens een (…) tas vast had. Het merk was volgens mij “LV” (Louis Vuitton). Hij kreeg die tas van degene die aan de deur stond. Hij wilde niet zeggen wie er aan de deur stond”, aldus [naam 7] .
“Alles was los van elkaar. Ik zag het wapen, een demper, een zakje met 4 kogeltjes [naam 10] en handschoenen in de kleur grijs met rood of oranje. Ik heb die handschoenen aangedaan omdat ik het wapen wilde bekijken.”
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de straf
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
bewezendat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden.