Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 juni 2022 in de zaken tussen
V.O.F. [eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
€ 32.784 voor 2014). Eiseres heeft deze bedragen aan omzetbelasting als voorbelasting in aftrek gebracht in haar aangiften omzetbelasting en dienovereenkomstig omzetbelasting voldaan dan wel teruggekregen. [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. hebben de omzet op de facturen aan eiseres niet aangegeven en hebben daarover geen omzetbelasting aangegeven en afgedragen.
Geschil7.In geschil is of de naheffingsaanslagen, rentebeschikkingen en vergrijpboeten terecht en naar de juiste bedragen zijn vastgesteld. Het geschil spitst zich toe op de volgende punten:
- dat eiseres niet heeft voldaan aan haar administratieplicht,
- dat op geen enkele wijze aannemelijk is gemaakt dat door haar crediteuren werkzaamheden voor haar zijn verricht,
- dat eiseres niets wil verklaren over de rol van de heer [naam 6] bij de ondernemingen,
- dat het in de schoonmaakbranche van algemene bekendheid is dat de verleggingsregeling van toepassing is op het inlenen van personeel en eveneens dat er voor ingeleend personeel een urenregistratie moet worden bijgehouden en identiteitsbewijzen moeten worden opgenomen in de administratie,
- dat de omzetbelasting op de facturen niet is aan te merken als voorbelasting en
- dat het aanbrengen van een dakkapel op een privéwoning duidelijk geen zakelijke aangelegenheid is.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond voor zover ze betrekking hebben op de aan eiseres opgelegde boeten en ongegrond voor zover ze betrekking hebben op de aan eiseres opgelegde naheffingsaanslagen en rentebeschikkingen;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover deze betrekking hebben op de aan eiseres opgelegde boeten;
- vermindert de boete voor het jaar 2013 tot € 10.848 en de boete voor het jaar 2014 tot € 13.933;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde gedeelten van de uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de immateriële schade van eiser tot een bedrag van € 794;
- veroordeelt de Minister van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van de immateriële schade van eiser tot een bedrag van € 706;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.787; en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 354 aan eiser te vergoeden.