Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[bedrijfsnaam 1],
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek en verweer
4.De beoordeling
5.De beslissing
21 november 2022.
Rechtbank Noord-Holland
Een werknemer verzoekt de ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst met zijn werkgever vanwege een onwerkbare situatie en ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. De werkgever stelt dat het bedrijf is overgenomen en dat er geen arbeidsovereenkomst meer bestaat, maar dit wordt door de kantonrechter verworpen wegens gebrek aan bewijs en tegenstrijdigheden in de stukken.
De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst nog steeds bestaat en dat de omstandigheden zodanig zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve moet worden ontbonden. De ontbinding wordt vastgesteld met ingang van 1 december 2022.
Daarnaast wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van €14.533,17 en een billijke vergoeding van €25.000,00 vanwege het ernstig verwijtbaar handelen. Ook worden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten aan de zijde van de werknemer toegewezen.
De kantonrechter wijst de ingediende stukken na de zitting buiten beschouwing vanwege strijd met de goede procesorde. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de werknemer krijgt de mogelijkheid het verzoek tot ontbinding binnen een gestelde termijn in te trekken.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 december 2022 met toekenning van een billijke vergoeding van €25.000 en een transitievergoeding van €14.533,17 aan de werknemer.