Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 mei 2024 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
(…)’
Rechtbank Noord-Holland
Eiser en zijn werkgever verzochten om toepassing van de 30%-regeling, welke werd afgewezen door de Belastingdienst. Het geschil spitst zich toe op de vraag of eiser op het moment van aangaan van de arbeidsovereenkomst zijn woonplaats buiten Nederland had, een vereiste voor de regeling.
Eiser kwam in 2021 naar Nederland met een zoekjaarvisum en was ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Hij had een tijdelijke verblijfsvergunning en opende een Nederlandse bankrekening. Hoewel hij tijdens zijn verblijf in Nederland ook solliciteerde op buitenlandse vacatures, was er geen duurzame band met een ander land dan Nederland.
De rechtbank oordeelt dat eiser op het moment van aanwerving woonde in Nederland en dus niet kwalificeert als ingekomen werknemer. Daarnaast is het beroep op het gelijkheidsbeginsel ongegrond omdat geen sprake is van begunstigend beleid of ongelijke behandeling zonder objectieve rechtvaardiging.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep op toepassing van de 30%-regeling wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet kwalificeert als ingekomen werknemer.