Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 juli 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor [vestigingsplaats] , verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Uitspraak op bezwaarschrift
Mededeling nog verrekenbare verliezen:
Als het gaat om een uitspraak op een bezwaar
2.1Term. The term (the “Term”) of this Agreement shall be for the period from the Effective Date until the date upon which the Owner no longer owns or retains an interest directly or indirectly in the Hotel Assets and the Hotel Business of all the Hotels, subject to earlier termination under Article 10 of this Agreement.”
Geschil48. In geschil is of het beroep tijdig is ingediend, en zo niet of de termijnoverschrijding verschoonbaar is zodat het beroep alsnog ontvankelijk is. Verder is in geschil of de belastbare winst en de verliesbeschikking over het jaar 2015 tot de juiste bedragen zijn vastgesteld. Meer in het bijzonder is in geschil of de door eiseres betaalde beëindigingsvergoeding aftrekbaar is van de belastbare winst zoals eiseres betoogt, dan wel dat deze niet aftrekbaar is zoals verweerder betoogt. Verweerder stelt dat deze fees kapitaaluitgaven zijn en als tegenprestatie voor de aandelen in [bedrijf 5] onderdeel uitmaken van de kostprijs van de aandelen in deze vennootschap op het niveau van eiseres dan wel deze uitgaven door eiseres zijn gedaan in het kader van de aankoop van de aandelen in [bedrijf 5] en moeten worden aangemerkt als onder artikel 13, eerste lid, van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb) niet aftrekbare aankoopkosten. Subsidiair stelt verweerder dat sprake is van afkoop van de hotelmanagement overeenkomsten ten gunste van een (voordeliger) nieuw services contract. In dat geval dienen de kosten te worden toegerekend aan dit nieuwe contract. Op grond van goedkoopmansgebruik moeten de kosten worden geactiveerd en afgeschreven gedurende de periode waarin deze kosten hun nut afwerpen. Omdat het nieuwe contract voor onbepaalde tijd is afgesloten is voor een afschrijving geen ruimte, aldus verweerder.
BNB1997/23). Dat sluit echter niet uit dat zich de situatie voordoet dat een belanghebbende aan een uitlating van het bestuursorgaan het vertrouwen mag ontlenen dat hij zijn beroepschrift nog na afloop van de wettelijke beroepstermijn kan indienen, zodat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij in verzuim is geweest en niet-ontvankelijkverklaring achterwege moet blijven. Daartoe is vereist dat de belanghebbende van die uitlating kennis neemt binnen de wettelijke beroepstermijn (vgl. 22 november 2000, nr. 35601 , ECLI:NL:HR:2000:AA8419, BNB 2001/28).
Beslissing
mr. J.C. Brouwer, leden, in aanwezigheid van mr. I. Kroesemeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2024.