Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit Amsterdam, eiser (HAA 24/310), eiser,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opmeer
Samenvatting
Totstandkoming van de bestreden besluiten
Behandeling door de rechtbank
ineenskonden aanvangen, omdat dit in strijd is met de beginselen van rechtszekerheid en zorgvuldigheid. Volgens eisers kunnen de lasten niet eerder in werking treden dan het moment van kennisneming daarvan.
voordatde bungalow door de toezichthouders werd betreden. Verder volgt uit het controlerapport dat de bewoner aan de toezichthouders toestemming had gegeven om het verblijf te betreden. Bovendien heeft de bewoner bij de controle op 29 september 2022 een verklaring afgegeven met dezelfde strekking. Toen is het verblijf niet betreden. De beroepsgrond kan dus niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit.
recreatievebewoning. De stelling van eisers kan dus niet leiden tot vernietiging van de bestreden besluiten. Tot slot heeft eiser zijn argument dat hij geen overtreder zou zijn, niet onderbouwd zodat die grond ook niet kan slagen.
‘de bewoning die plaatsvindt in het kader van de verblijfsrecreatie en gericht is op ontspanning en vrijetijdsbesteding, waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben’. Deze vorm van bewoning is voldoende te onderscheiden van bewoning door arbeidsmigranten of permanente bewoning.
€ 5000,- werd opgelegd. Dit bedrag had het college volgens eiser ook voor hen moeten hanteren.
kande hoogte worden afgestemd op het te behalen financiële voordeel met het laten voortduren van de overtreding. Anders dan eisers menen volgt uit de rechtspraak van de Afdeling geen vaste verhouding tussen de hoogte van de dwangsom en de illegale huuropbrengst.
€ 15.600,- per recreatieverblijf verdient en eiser € 19.000,- per recreatieverblijf. Dit is het minimale uitgangspunt voor het bepalen van de hoogte van de dwangsom. Om te werken als prikkel moet het dwangsombedrag hoger zijn dan dat bedrag. Daarbij kunnen eisers de recreatieverblijven blijven verhuren, maar dan aan recreanten zodat een dwangsom van
€ 25.000,- niet financieel onredelijk bezwarend is. Daarnaast is het dwangsombedrag van € 25.000,- een lang bestaande bestuurspraktijk in gemeente Opmeer.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen HAA 24/310 en HAA 24/312 gedeeltelijk gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten van 11 december 2023 voor wat betreft de motivering van de hoogte van de dwangsombedragen;
- stelt deze uitspraak in de plaats van de vernietigde delen;
- laat de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten in stand;
- veroordeelt het college tot een betaling aan eiser en eiseres van het door hen ieder betaalde griffierecht van € 187,-.
mr.I.A. Bakker, griffier.
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
b.herstelsanctie: een bestuurlijke sanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van een overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding;
De bestuursrechter kan bepalen dat: