ECLI:NL:RBNHO:2025:13259
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Billijke vergoeding toegekend na onregelmatige opzegging docent zonder bevoegdheid
De werknemer was sinds 2016 als docent LB in dienst bij de werkgever, steeds op basis van jaarcontracten. Hoewel hij formeel niet bevoegd was om les te geven, werkte hij negen jaar in de Internationale Schakelklas voor nieuwkomers. De werkgever stelde dat de arbeidsovereenkomst door het verstrijken van de contracten was geëindigd, maar de werknemer beriep zich op de ketenregeling en stelde dat een contract voor onbepaalde tijd was ontstaan.
De kantonrechter oordeelde dat de ketenregeling, als wezenlijke arbeidsrechtelijke beschermingsbepaling, niet kan worden ondergraven door cao- of branchebepalingen die onbevoegde docenten uitsluiten van een contract voor onbepaalde tijd. Hierdoor was er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan. De werkgever had de arbeidsovereenkomst opgezegd zonder de wettelijke vereisten voor opzegging in acht te nemen, waardoor de opzegging onregelmatig was.
De werknemer berustte in de opzegging, maar maakte aanspraak op een billijke vergoeding. De kantonrechter stelde vast dat de arbeidsovereenkomst waarschijnlijk per 1 januari 2026 zou zijn ontbonden vanwege het ontbreken van bevoegdheid en de wettelijke plicht van de werkgever om bevoegde docenten voorrang te geven. De werknemer liep daardoor vijf maanden loon mis, wat werd vastgesteld op circa € 13.500,- en verhoogd tot € 15.000,- bruto vanwege de langdurige onzekerheid en waardering voor zijn inzet.
De kantonrechter wees de proceskosten ieder voor eigen rekening toe en wees het meer of anders gevorderde af. De beschikking werd op 14 november 2025 uitgesproken door de kantonrechter.
Uitkomst: De kantonrechter kende een billijke vergoeding van € 15.000 toe wegens onregelmatige opzegging van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.