Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 december 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser
Autoriteit persoonsgegevens, de AP
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van het bestreden besluit
– samengevat – dat op basis van de meegestuurde informatie niet kan worden vastgesteld of een (gestelde) verwerking van eisers persoonsgegevens met die camera’s al dan niet rechtmatig is. Er zal inzicht nodig zijn in de specifieke situatie per verwerkingsverantwoordelijke. Daarbij zijn ook de instellingen van de camera zelf relevant. Eiser kan volgens de AP slechts klagen over de verwerking van zijn eigen persoonsgegevens. Doordat hij een veelheid aan adressen heeft opgegeven, is het de vraag of zijn gegevens wel verwerkt worden. Dit volgt niet uit zijn klacht. Een rechtsgeldige grondslag kan per verwerkingsverantwoordelijke verschillen. Gelet hierop dient een klacht gericht te zijn tegen één of een beperkt aantal personen en niet tegen eenieder die gebruik maakt van een beveiligings- en/of deurbelcamera. Volgens de AP is de klacht op gepaste wijze onderzocht en wordt hiernaar, gelet op het voorgaande, geen verder onderzoek gedaan.
- Volgens hem is sprake van een steeds erger wordend probleem van schending van de privacy en andere mensenrechten als gevolg van plaatsing van grote aantallen (deurbel)camera’s.
- Het onderzoek naar zijn klacht is volgens hem niet toereikend geweest en heeft zich ten onrechte slechts beperkt tot bureau-onderzoek. Er is volgens hem geen blijk gegeven van een duidelijke afweging van belangen. Op de AP rust een verplichting om mensen te beschermen tegen inbreuken op mensenrechten. De AP voldoet aan deze verplichting niet. Zij hanteert ten onrechte een gedoogbeleid. Dit verergert het probleem.
- Het is volgens eiser ondoenlijk om voor elk geval een apart verzoek om handhaving in te dienen. Dit zou ook zeer inefficiënt zijn. De AP mag het verzoek volgens hem verder niet afwijzen omdat wegens capaciteitsproblemen niet zou kunnen worden gehandhaafd. Ook kan niet worden volstaan met een algemene brief naar de mogelijke overtreders.
Bestreden besluit
Beroepsgronden
- Allereerst acht hij zijn verzoek om handhaving voldoende geconcretiseerd. Van een ontoelaatbare uitbreiding van zijn verzoek is volgens hem geen sprake.
-Volgens eiser heeft de AP verder ten onrechte geweigerd middels nader onderzoek vast te stellen of sprake is van overtredingen. Zolang de AP geen onderzoek verricht kan eiser geen handhaving afdwingen. Dat sprake is van overtredingen is volgens eiser overigens evident. De stelling van de AP dat er goede redenen zouden zijn voor plaatsing van de camera’s is slechts gebaseerd op veronderstellingen en hypotheses. Bovendien stelt de AP volgens hem, gelet op uitlatingen van de voorzitter in de media, zelf ook al vast dat sprake is van overtredingen. Er had dan ook op basis hiervan al nader onderzoek moeten worden verricht.
- Handhavend optreden zou volgens hem een hogere prioriteit moeten krijgen. Nu wordt volgens hem willens en wetens geaccepteerd dat er grondrechten worden geschonden.
De verwijzing naar de mogelijkheid om zich te wenden tot de civiele rechter acht eiser geen rechtvaardiging om van handhaving af te zien. De AP heeft een eigen verantwoordelijkheid op het gebied van het bestuursrecht. De AVG is leidend voor alle EER lidstaten. De AP is aangewezen als de autoriteit met bepaalde taken en verantwoordelijkheden. Een van die taken is handhavend optreden.
- Eiser stelt tot slot een uitgebreide vordering op die – samengevat – inhoudt dat de rechter de AP moet opdragen om alle camera’s binnen 72 uur te verwijderen en verwijderd te houden op straffe van een dwangsom.
Verweerschrift