Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Nina.Care B.V.
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer, in dienst bij Nina.Care op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot april 2025, meldde zich op 19 september 2024 ziek. Vanaf november 2024 stopte de werkgever met de loonbetaling. De werknemer vorderde loonbetaling tijdens ziekte, vermeerderd met wettelijke rente en verhoging.
De werkgever voerde aan dat er een ontslagaanvraag bij UWV was gedaan wegens bedrijfseconomische redenen en dat de werknemer niet arbeidsongeschikt zou zijn. Tevens stelde zij financiële problemen te hebben en bood zij een vaststellingsovereenkomst aan, die niet werd geaccepteerd.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst nog niet rechtsgeldig was beëindigd en dat de werkgever het loon moet doorbetalen zolang de arbeidsongeschiktheid voortduurt. De werkgever had bij twijfel over de arbeidsongeschiktheid een bedrijfsarts moeten inschakelen. De financiële situatie van de werkgever ontslaat haar niet van de betalingsverplichting.
De loonvordering werd toegewezen, met een matiging van de wettelijke verhoging tot 30%. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van achterstallig loon over november en december 2024 en het loon vanaf januari 2025 tot het einde van de arbeidsovereenkomst, alsmede de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van loon tijdens ziekte vanaf november 2024 tot einde arbeidsovereenkomst, vermeerderd met rente en wettelijke verhoging.