Uitspraak
[verzoeker] B.V.,
Rechtbank Noord-Holland
De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer wegens een duurzaam verstoorde arbeidsrelatie. De werknemer was sinds 1 januari 2020 in dienst als IT-manager en was langdurig arbeidsongeschikt geweest. Na herstel en hervatting van het werk ontstond een conflict, ondanks meerdere mediationpogingen.
De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsverhouding onherstelbaar is verstoord en dat herplaatsing niet mogelijk is. De werkgever heeft onvoldoende scholings- of verbetertrajecten aangeboden en heeft direct aangestuurd op beëindiging, wat ernstig verwijtbaar handelen oplevert. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 mei 2026.
De werknemer krijgt recht op de wettelijke transitievergoeding van €17.984,29 en een billijke vergoeding van €100.000 vanwege het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Daarnaast wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van een deel van het achterstallig loon over juli en augustus 2025, vermeerderd met wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging, en tot vergoeding van buitengerechtelijke advocaatkosten van €7.500.
De proceskosten worden verdeeld, waarbij de werkgever de kosten van de procedure draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de werkgever krijgt gelegenheid het verzoek in te trekken binnen een gestelde termijn.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 mei 2026 met toekenning van transitievergoeding en billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever.