Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
uitbetaling lening’. De gemachtigde van Maxvast heeft [verzoekster] bij e-mail aan haar gemachtigde van 5 januari 2026 gesommeerd om het bedrag per ommegaande terug te storten, omdat er – kort gezegd – van een lening geen sprake is. [verzoekster] heeft het bedrag op 5 februari 2026 terugbetaald onder de omschrijving ‘
volledige aflossing’.
4.Het verzoek
5.Het verweer en het (voorwaardelijk) tegenverzoek van Maxvast
7.De beoordeling van het verzoek
“De reden hiervoor zijn de gebeurtenissen op zaterdag 17 januari waar ik als directeur van Maxvast b.v. mede door jou in woord en daad ben aangevallen en veel letsel heb opgelopen”is hiervoor onvoldoende, ook in samenhang bekeken, omdat deze ruimte voor twijfel laten bestaan. Partijen hebben immers een andere kijk op de gebeurtenissen van 17 januari 2026. Volgens Maxvast is [verzoekster] op deze bewuste dag, vergezeld door [betrokkene 2] en andere familieleden, met een vooropgezet plan naar Maxvast gekomen om een bedreiging door [betrokkene 1] uit te lokken. [verzoekster] betwist dit en stelt dat [betrokkene 1] op de bewuste dag zélf op agressieve wijze de confrontatie met [verzoekster] heeft opgezocht, waarbij hij onder andere de telefoon van [verzoekster] onder water heeft gehouden en [verzoekster] in het bijzijn van andere personeelsleden heeft beledigd. Toen [verzoekster] haar telefoon terug probeerde te pakken, heeft [betrokkene 1] [verzoekster] bij haar elleboog gegrepen en geduwd, waardoor [verzoekster] last van haar rug heeft gekregen.