Uitspraak
[gedaagde] B.V.,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
2.Feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer, afkomstig uit Oeganda en in een asielprocedure, trad per 29 maart 2025 in dienst bij de werkgever als housekeeper. Hoewel aanvankelijk een tewerkstellingsvergunning (TWV) was aangevraagd door een ander bedrijf, besloot de werknemer bij de werkgever te gaan werken, die zelf later een TWV voor hem aanvroeg. De werknemer werkte in totaal 128 uur, maar werd na 1 mei 2025 niet meer opgeroepen.
De werknemer vorderde betaling van achterstallig salaris, vakantietoeslag en vakantie-uren over de periode van 29 maart tot en met 1 mei 2025. De werkgever voerde verweer met het argument dat de werknemer niet over de juiste werkvergunning beschikte en dat hij na ontslag zonder toestemming bleef werken.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever onvoldoende had onderbouwd dat de werknemer zonder toestemming werkte en dat het ontbreken van een juiste TWV niet aan de werknemer kan worden toegerekend. De verantwoordelijkheid voor het aanvragen en controleren van de vergunning ligt bij de werkgever. Er was geen sprake van misleiding door de werknemer. Daarom werd de loonvordering toegewezen, inclusief wettelijke verhoging en rente, en werd de werkgever veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon inclusief wettelijke verhoging en rente ondanks ontbreken juiste werkvergunning.