ECLI:NL:RBNHO:2026:8548

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
K/4101/12142571
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:671 BWArt. 7:672 lid 11 BWArt. 7:681 lid 1 onderdeel a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning billijke vergoeding wegens onregelmatige opzegging arbeidsovereenkomst

De werknemer was sinds augustus 2025 in dienst bij Dierenziekenhuis Noord-Holland op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een tussentijds opzegbeding. De werkgever zegde de arbeidsovereenkomst op 17 december 2025 op wegens bedrijfseconomische redenen zonder toestemming van het UWV, wat onregelmatig was. De werknemer berustte in de opzegging, maar vorderde een vergoeding wegens onregelmatige opzegging dan wel een billijke vergoeding en diverse nevenvorderingen.

De kantonrechter oordeelde dat de vergoeding wegens onregelmatige opzegging werd afgewezen omdat de werkgever de juiste opzegtermijn in acht had genomen. Wel werd een billijke vergoeding van €12.531,00 toegekend vanwege het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever door het ontbreken van een ontslagvergunning. De vergoeding compenseert zowel inkomensschade als immateriële gevolgen en heeft een signaalfunctie.

Daarnaast werden nevenvorderingen toegewezen: betaling van €300,00 voor resterende vakantiedagen, €200,00 voor achterstallig salaris en een wettelijke verhoging van €520,35. De transitievergoeding was reeds betaald en de vordering daarop werd afgewezen. De werkgever werd veroordeeld tot het verstrekken van bruto/netto specificaties en tot betaling van proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding en diverse nevenvorderingen wegens onregelmatige opzegging zonder UWV-toestemming.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: 12142571 \ AO VERZ 26-28/MdV
Beschikking van 15 juni 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. A.J.K. de Graaf,
tegen
DIERENZIEKENHUIS NOORD-HOLLAND B.V.,
te Heerhugowaard,
verwerende partij,
hierna te noemen: Dierenziekenhuis,
gemachtigde: mr. R.J. van Velzen.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt de werknemer om toekenning van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging dan wel een billijke vergoeding en nevenvorderingen. De kantonrechter wijst het verzoek om toekenning van een billijke vergoeding toe, omdat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet zonder toestemming van het UWV op had mogen zeggen. Ook enkele nevenvorderingen worden toegewezen, omdat de werknemer nog recht heeft op uitbetaling van die bedragen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van [verzoeker] ingekomen op 16 maart 2026
- het verweerschrift van Dierenziekenhuis
- aanvullende stukken van Dierenziekenhuis van 12 mei 2026
- de mondelinge behandeling van 18 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitaantekeningen van [verzoeker] en Dierenziekenhuis
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1965, was sinds 4 augustus 2025 in dienst bij Dierenziekenhuis, op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van één jaar met een gemiddelde arbeidsomvang van 16 uur per week. In de arbeidsovereenkomst was een tussentijds opzegbeding opgenomen. De functie van [verzoeker] was paraveterinair dierenfysiotherapeut met een loon van € 25,00 bruto per uur.
2.2.
Op 17 december 2025 heeft Dierenziekenhuis de arbeidsovereenkomst opgezegd wegens bedrijfseconomische redenen met ingang van 1 februari 2026.
2.3.
Op 16 januari 2026 heeft Dierenziekenhuis [verzoeker] laten weten dat hij vanaf dat moment wordt vrijgesteld van werk.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter primair een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en subsidiair een billijke vergoeding toe te kennen. Daarnaast verzoekt [verzoeker] zowel primair als subsidiair om Dierenziekenhuis te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding, openstaande vakantiedagen, vakantietoeslag, reiskostenvergoeding, achterstallig salaris, cursuskosten en lidmaatschap van de NVFD één en ander vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. Tot slot verzoekt [verzoeker] dat Dierenziekenhuis wordt veroordeeld tot afdracht van pensioenpremies.
3.2.
[verzoeker] legt aan zijn verzoek ten grondslag dat de opzegging niet rechtsgeldig is. Dit omdat Dierenziekenhuis heeft nagelaten een ontslagvergunning bij het UWV aan te vragen, terwijl dit bij een ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden wel had gemoeten. [verzoeker] berust in de opzegging, maar volgens [verzoeker] moet Dierenziekenhuis hem wel een vergoeding wegens het onregelmatig opzeggen van de arbeidsovereenkomst betalen dan wel een billijke vergoeding betalen.
3.3.
Dierenziekenhuis erkent dat zij de arbeidsovereenkomst niet zonder ontslagvergunning van het UWV op had mogen zeggen. Zij betwist echter dat [verzoeker] aanspraak kan maken op een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, aangezien Dierenziekenhuis de opzegtermijn juist heeft toegepast. Verder voert Dierenziekenhuis verweer tegen de hoogte van de door [verzoeker] verzochte billijke vergoeding.
3.4.
Op de stellingen van partijen zal bij de beoordeling verder worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Partijen zijn het erover eens dat er sprake is van een onregelmatige opzegging, doordat Dierenziekenhuis de arbeidsovereenkomst zonder toestemming van het UWV heeft opgezegd. Dit terwijl zij deze toestemming wel had moeten vragen, aangezien de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden is opgezegd. [1] Doordat [verzoeker] echter berust in de opzegging, is de arbeidsovereenkomst desondanks wel per 1 februari 2026 geëindigd.
4.2.
Na het eindigen van het dienstverband heeft Dierenziekenhuis op 7 mei 2026 nog een betaling aan [verzoeker] verricht. Niet weersproken is dat daarmee in ieder geval de vakantietoeslag en de kosten van het NVFD lidmaatschap volledig zijn betaald. Ook heeft Dierenziekenhuis aangetoond en met stukken onderbouwd dat zij de pensioenpremies inmiddels heeft afgedragen, hetgeen door [verzoeker] evenmin is weersproken. Op die delen van de vordering hoeft dus niet meer te worden beslist. Ten aanzien van de overige door [verzoeker] gevorderde vergoedingen geldt het volgende.
vergoeding wegens onregelmatige opzegging
4.3.
De door [verzoeker] gevorderde vergoeding wegens onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen. In de wet [2] is bepaald dat in het geval een partij tegen een eerdere dag dan tussen partijen geldt de overeenkomst opzegt, aan de wederpartij een vergoeding moet betalen gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. In de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst is een tussentijds opzegbeding opgenomen. Dit betekent dat Dierenziekenhuis de arbeidsovereenkomst in beginsel met inachtneming van een opzegtermijn van één maand op kon zeggen. Dierenziekenhuis heeft arbeidsovereenkomst op 17 december 2025 opgezegd tegen 1 februari 2026 en heeft daarbij dus de correcte opzegtermijn in acht genomen. [verzoeker] heeft daardoor geen recht op een vergoeding wegens onregelmatige opzegging. De omstandigheid dat Dierenziekenhuis heeft nagelaten een ontslagvergunning aan te vragen, maakt dat niet anders aangezien dat voor de beoordeling van de opzegtermijn die tussen partijen geldt niet van belang is. Die omstandigheid is echter, zoals hierna zal worden besproken, wel van belang bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding die Dierenziekenhuis [verzoeker] moet betalen.
billijke vergoeding
4.4.
Het verzoek van [verzoeker] tot toekenning van een billijke vergoeding wordt wel toegewezen, omdat vast staat dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is. [3] Dierenziekenhuis had immers een ontslagvergunning bij het UWV aan moeten vragen, voordat zij de arbeidsovereenkomst op had mogen zeggen. Daarbij wordt opgemerkt dat een ongeldige opzegging als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever moet worden aangemerkt. [4]
4.5.
Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd. [5] De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle (uitzonderlijke) omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen.
4.6.
De kantonrechter zal de door [verzoeker] verzochte billijke vergoeding van € 12.531,00 toekennen. Daarbij is het volgende in aanmerking genomen.
4.7.
[verzoeker] stelt dat hij, indien de overeenkomst niet onrechtmatig was opgezegd, in ieder geval nog tot het einde van de contractperiode, te weten 4 augustus 2026, bij Dierenziekenhuis zou hebben gewerkt. In dat geval zou hij dus nog ruim zes maanden salaris hebben ontvangen. Dierenziekenhuis heeft hier tegen in gebracht dat het onwaarschijnlijk is dat de arbeidsovereenkomst in dat geval nog zes maanden had geduurd. Volgens Dierenziekenhuis is de kans namelijk groot dat het UWV een ontslagvergunning had verleend als deze was aangevraagd. In dat geval had Dierenziekenhuis de arbeidsovereenkomst uiterlijk tegen 1 maart 2026 op kunnen zeggen. De kantonrechter oordeelt echter dat het allerminst zeker is dat het UWV een ontslagvergunning zou hebben verleend. Dierenziekenhuis heeft namelijk onvoldoende aangetoond of aannemelijk gemaakt dat de financiële situatie dusdanig slecht was dat het nodig was meerdere personeelsleden te ontslaan. Dierenziekenhuis heeft alleen een e-mail aan haar huisbank overgelegd waarin staat welke maatregelen zij zal nemen om de liquiditeit te verbeteren. Die enkele e-mail is echter onvoldoende om vast te kunnen stellen dat er sprake was van dusdanig ernstige bedrijfseconomische omstandigheden die maakten dat de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] moest worden opgezegd. De kantonrechter acht het daarom aannemelijk dat de arbeidsovereenkomst indien het ernstig verwijtbaar handelen van Dierenziekenhuis wordt weggedacht nog tot 4 augustus 2026 had geduurd.
4.8.
Bij het vaststellen van de inkomensschade dienen mogelijke inkomsten die [verzoeker] ontvangt in mindering te strekken. Op de zitting heeft [verzoeker] toegelicht dat hij nog geen WW-uitkering ontvangt en op dit moment inteert op zijn oudedagsreserves. De kantonrechter is van oordeel dat het voor [verzoeker] gezien zijn leeftijd en het beperkt aantal vacatures voor dierenfysiotherapeuten niet makkelijk zal zijn op korte termijn een andere baan te vinden. Dierenziekenhuis heeft betoogd dat [verzoeker] ook op vacatures voor humaan fysiotherapeut kan solliciteren. Ook zou hij de praktijk van zijn vrouw, waarvan [verzoeker] medevennoot is, uit kunnen breiden volgens Dierenziekenhuis. In hoeverre dat op korte termijn daadwerkelijk reële opties zijn kan de kantonrechter echter niet inschatten. Dierenziekenhuis heeft verder nog aangevoerd dat het aannemelijk is dat [verzoeker] , doordat hij geen vernietiging van de opzegging heeft gevorderd, geen financieel nadeel van de opzegging heeft ondervonden. Dat betoog faalt. Duidelijk is dat de arbeidsrelatie als gevolg van het handelen van Dierenziekenhuis verstoord is geraakt, waardoor een terugkeer voor [verzoeker] geen optie meer was. De omstandigheid dat [verzoeker] berust in de opzegging, wil dan ook niet zeggen dat er geen nadelige financiële gevolgen zijn.
4.9.
De kantonrechter zal de billijke vergoeding echter niet alleen vaststellen op basis van de inkomensschade. Gelet op de leeftijd van [verzoeker] en de ernst van het verwijtbaar handelen van Dierenziekenhuis, is het gerechtvaardigd de billijke vergoeding hoger vast te stellen dan alleen de inkomensschade. Daarbij weegt mee dat het de kantonrechter duidelijk is geworden dat de handelwijze van Dierenziekenhuis de nodige impact op [verzoeker] heeft gehad. [verzoeker] zag de opzegging immers niet aankomen en had nooit eerder signalen ontvangen dat zijn arbeidsplaats mogelijk zou komen te vervallen. Deze immateriële gevolgen rechtvaardigen dat een immateriële component wordt betrokken bij de vaststelling van de billijke vergoeding. Daarnaast geldt dat de billijke vergoeding ook een signaalfunctie heeft en tot doel heeft om te voorkomen dat Dierenziekenhuis in de toekomst niet opnieuw ernstig verwijtbaar handelt.
4.10.
Alle omstandigheden in ogenschouw genomen, acht de kantonrechter een billijke vergoeding van € 12.531,00 passend. Hiermee wordt [verzoeker] naar het oordeel van de kantonrechter in voldoende mate gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen van Dierenziekenhuis. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de door [verzoeker] te ontvangen transitievergoeding in mindering te laten strekken op de billijke vergoeding. Deze transitievergoeding zal [verzoeker] mogelijk nodig hebben om de overgang naar ander werk te vergemakkelijken.
4.11.
Dierenziekenhuis zal dus worden veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van € 12.531,00 bruto. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking.
transitievergoeding
4.12.
Partijen zijn het erover eens dat [verzoeker] recht heeft op de wettelijke transitievergoeding. Partijen zijn het er echter niet over eens tot welke datum de transitievergoeding moet worden berekend. Volgens [verzoeker] moet de transitievergoeding worden berekend tot de datum waarop de arbeidsovereenkomst zou zijn geëindigd indien deze niet onregelmatig was opgezegd, te weten 4 augustus 2026. Deze stelling volgt de kantonrechter niet. De Hoge Raad heeft weliswaar bepaald dat bij onregelmatige opzegging van een arbeidsovereenkomst door de werkgever de hoogte van de wettelijke transitievergoeding moet worden bepaald aan de hand van het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst zou zijn geëindigd als de werkgever deze regelmatig zou hebben opgezegd [6] , maar zoals hiervoor reeds is overwogen heeft Dierenziekenhuis op zich een juiste opzegtermijn in acht genomen bij het opzeggen van de arbeidsovereenkomst. Doordat [verzoeker] berust in die opzegging, is de arbeidsovereenkomst per 1 februari 2026 geëindigd, zodat van die einddatum bij de berekening van de transitievergoeding moet worden uitgegaan.
4.13.
Dierenziekenhuis heeft de transitievergoeding tot 1 februari 2026 berekend op € 307,87 bruto, zijnde € 197,81 netto. [verzoeker] heeft de juistheid van dat bedrag niet weersproken, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat het bedrag klopt. Aangezien Dierenziekenhuis de transitievergoeding op 7 mei 2026 aan [verzoeker] heeft betaald, zal dit deel van de vordering worden afgewezen.
openstaande vakantiedagen
4.14.
[verzoeker] heeft verder aanspraak gemaakt op uitbetaling van de nog openstaande vakantiedagen. Op de zitting heeft [verzoeker] toegelicht dat er tot 1 februari 2026 vijf vakantiedagen open zouden staan, die een waarde van € 1.000,00 bruto vertegenwoordigen. Van dit bedrag heeft Dierenziekenhuis op 7 mei 2026 € 700,00 betaald. Hetgeen neerkomt op de uitbetaling van drie en een halve vakantiedag. Omdat Dierenziekenhuis niet voldoende gemotiveerd heeft betwist dat [verzoeker] tot aan het einde van het dienstverband vijf openstaande vakantiedagen had, zal Dierenziekenhuis worden veroordeeld tot betaling van € 300,00 bruto aan resterende vakantiedagen. De wettelijke rente over dit bedrag zal worden toegewezen vanaf 1 maart 2026, aangezien Dierenziekenhuis vanaf dat moment in verzuim is met de betaling daarvan.
reiskostenvergoeding
4.15.
De door [verzoeker] gevorderde reiskostenvergoeding wordt afgewezen. Volgens [verzoeker] zou hij op basis van de CAO Veterinaire Sector recht hebben op deze vergoeding. Uit de arbeidsovereenkomst volgt echter niet dat deze CAO van toepassing is verklaard op de tussen partijen gesloten overeenkomst. Daar komt bij dat de CAO niet algemeen verbindend is verklaard en niet gebleken is dat Dierenziekenhuis lid is van een werkgeversorganisatie die de CAO heeft afgesloten. Ook daaruit volgt dus niet dat de CAO van toepassing is. Ter onderbouwing van zijn stelling dat de CAO desondanks wel van toepassing is, heeft [verzoeker] een whatsapp-bericht van een HR-medewerkster van Dierenziekenhuis overgelegd. Aan dat bericht kunnen naar het oordeel van de kantonrechter echter geen rechten worden ontleend. Op de vraag van [verzoeker] aan de medewerkster of ze onder een CAO vallen, geeft de medewerkster weliswaar aan dat medewerkers onder de CAO veterinaire sector vallen, maar de medewerkster vraag daarbij ook aan [verzoeker] of dat niet in zijn contract staat. Aangezien dat laatste niet het geval is, mocht [verzoeker] er niet zondermeer vanuit gaan dat hij ook onder de CAO zou vallen.
achterstallig salaris
4.16.
[verzoeker] stelt dat hij buiten zijn reguliere werktijden extra werkzaamheden voor Dierenziekenhuis heeft verricht, die hij tot op heden niet betaald heeft gekregen. In totaal zou het gaan om acht uur vanwege schoonmaakwerkzaamheden voor de opening, de opening zelf en het rondbrengen van folders. Dierenziekenhuis heeft niet betwist dat [verzoeker] deze werkzaamheden heeft verricht, maar voert aan dat dit op vrijwillige basis was. Die stelling volgt de kantonrechter niet. Op de zitting heeft [verzoeker] namelijk toegelicht dat hij het rondbrengen van folders als een opdracht heeft ervaren, aangezien zijn manager hem dat zou hebben verzocht. Ook werd er door het Dierenziekenhuis een lijst verstrekt met praktijken waar de folders gebracht moesten worden. Van een werknemer hoeft niet verwacht te worden hij dit vervolgens vrijwillig in zijn eigen tijd doet. Hetzelfde geldt voor het aanwezig zijn bij de opening. Deze opening moet onder andere worden gezien als een promotieactiviteit voor het trekken van klanten en is daarom niet vergelijkbaar met een personeelsborrel die vaak wel in de eigen tijd van een werknemer plaatsvindt, zoals door Dierenziekenhuis is aangevoerd. Het door [verzoeker] gevorderde bedrag van € 200,00 bruto is dan ook toewijsbaar. Aangezien de werkzaamheden zijn verricht in oktober 2025, zal de wettelijke rente over dit bedrag worden toegewezen vanaf 1 november 2025, nu Dierenziekenhuis vanaf dat moment in verzuim was met de betaling daarvan.
cursuskosten
4.17.
De door [verzoeker] gevorderde kosten voor een cursus echografie zullen worden afgewezen. Volgens [verzoeker] heeft hij deze cursus op verzoek van Dierenziekenhuis gevolgd, omdat klanten hun facturen anders niet in konden dienen bij de zorgverzekering van hun huisdier. Dierenziekenhuis heeft dit weersproken en heeft daarbij verwezen naar een e-mail van de directeur van Dierenziekenhuis waaruit volgt dat zij de cursus niet zal vergoeden. Dat [verzoeker] voorafgaand aan die e-mail wel toestemming van Dierenziekenhuis zou hebben gekregen de cursus op kosten van Dierenkliniek te volgen heeft hij onvoldoende onderbouwd. Aangezien [verzoeker] ook onvoldoende heeft onderbouwd dat de cursus noodzakelijk was voor de uitoefening van zijn functie, ontbreekt de grondslag op basis waarvan [verzoeker] aanspraak kan maken op vergoeding van de kosten van de cursus.
wettelijke verhoging
4.18.
[verzoeker] maakt aanspraak op de maximale wettelijke verhoging van 50% over de openstaande vakantiedagen, de vakantietoeslag en het achterstallige salaris. Dierenziekenhuis voert aan dat de eindafrekening in eerste instantie niet is opgesteld, omdat partijen nog in onderhandeling waren over einde van de arbeidsovereenkomst. Toen duidelijk werd dat de arbeidsovereenkomst definitief per 1 februari 2026 eindigde, heeft Dierenziekenhuis de eindafrekening alsnog opgesteld en uitbetaald. Dierenziekenhuis stelt zich daarom op het standpunt dat de wettelijke verhoging moet worden afgewezen, dan wel moet worden gematigd tot nihil.
4.19.
Dierenziekenhuis had de openstaande vakantiedagen en de vakantietoeslag in beginsel aan het einde van het dienstverband, dus op 1 februari 2026, aan [verzoeker] moeten betalen. In de praktijk is het echter niet ongebruikelijk dat de eindafrekening niet direct, maar binnen een maand na het einde van het dienstverband wordt uitbetaald. De reden hiervoor is dat een werkgever na het einde van een dienstverband enige tijd nodig heeft om te bepalen of hij nog een bedrag aan de werknemer verschuldigd is en zo ja, welk bedrag dat dan moet zijn. Vast staat dat Dierenziekenhuis de eindafrekening niet binnen één maand heeft betaald, aangezien de eindafrekening pas op 7 mei 2026 aan [verzoeker] is betaald. Dit terwijl het verzoekschrift waarmee deze procedure is gestart al op 16 maart 2026 door de rechtbank is ontvangen en Dierenziekenhuis vanaf dat moment dus wist dat [verzoeker] berustte in de beëindiging. Ondanks dat heeft het daarna nog bijna twee maanden geduurd voordat Dierenziekenhuis een eindafrekening heeft opgesteld en uitbetaald. Daar komt bij dat deze eindafrekening niet volledig was. Zoals hiervoor is overwogen zijn de openstaande vakantiedagen niet volledig uitbetaald en heeft [verzoeker] ook nog recht op betaling van achterstallig salaris. Het verzoek om betaling van de wettelijke verhoging wordt daarom toegewezen over het vakantiegeld, de vakantiedagen en het achterstallig loon. Wel ziet de kantonrechter in de omstandigheden van het geval aanleiding om de wettelijke verhoging over het te laat betaalde loon te matigen tot 25%. Dat is een bedrag van € 520,35 bruto [7] . Daarbij weegt mee dat het dienstverband inmiddels is geëindigd, waardoor een prikkel tot tijdige betaling niet meer aan de orde is.
bruto/netto specificaties
4.20.
De onbetwiste vordering om Dierenziekenhuis te veroordelen tot het verstrekken van deugdelijke bruto/netto specificaties van de toewijsbare bedragen wordt toegewezen
proceskosten
4.21.
De proceskosten komen voor rekening van Dierenziekenhuis, omdat Dierenziekenhuis overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op € 1.102,00 (€ 93,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Dierenziekenhuis om aan [verzoeker] een billijke vergoeding te betalen van € 12.531,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking, tot aan de dag van de gehele betaling,
5.2.
veroordeelt Dierenziekenhuis om aan [verzoeker] € 300,00 bruto te betalen aan openstaande vakantiedagen, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de 1 maart 2026, tot aan de dag van de gehele betaling,
5.3.
veroordeelt Dierenziekenhuis om aan [verzoeker] € 200,00 bruto te betalen aan achterstallig salaris, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de 1 november 2026, tot aan de dag van de gehele betaling,
5.4.
veroordeelt Dierenziekenhuis om aan [verzoeker] te betalen een bedrag van € 520,35 bruto aan wettelijke verhoging,
5.5.
veroordeelt Dierenziekenhuis om binnen 14 dagen na betekening van deze beschikking aan [verzoeker] een deugdelijke bruto/specificatie te verstrekken over de onder 5.1 tot en met 5.4 genoemde bedragen, voor zover daarop loonheffingen en/of inhoudingen van toepassing zijn,
5.6.
veroordeelt Dierenziekenhuis in de proceskosten van € 1.102,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Dierenziekenhuis niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.7.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [8] ,
5.8.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2026.

Voetnoten

1.Zie artikel 7:671 Burgerlijk Pro Wetboek (BW)
2.Artikel 7:672 lid 11 BW Pro
3.Artikel 7:681 lid Pro 1, onderdeel a, BW.
5.Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 30 juni 2017, te vinden op www.rechtspraak.nl, onder nummer ECLI:NL:HR:2017:1187 (
7.€ 881,40 + € 1.000,00 + € 200,00 x 0.25
8.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.