ECLI:NL:RBNHO:2026:8550

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
K/4104/12136700
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 lid 1 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 7:678 lid 1 Burgerlijk WetboekArt. 7:672 lid 11 Burgerlijk WetboekArt. 7:673 lid 1 Burgerlijk WetboekArt. 6:96 Burgerlijk Wetboek
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning billijke vergoeding na onterecht ontslag op staande voet van oproepkracht chauffeur

De werknemer, sinds november 2025 in dienst als oproepkracht chauffeur bij HCT, werd op 12 januari 2026 op staande voet ontslagen wegens werkverzuim door detentie in België. De werknemer was toen pas één dag gedetineerd en wist niet waarom of hoelang de detentie zou duren. HCT stelde geen dringende reden voor het ontslag en voerde geen verweer.

De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is omdat het een ultimum remedium is en niet gerechtvaardigd was gezien de omstandigheden. De arbeidsovereenkomst eindigde wel per 12 januari 2026 omdat de werknemer in het ontslag berustte.

De kantonrechter kent een billijke vergoeding toe van € 2.648,12 bruto, gelijk aan één maandsalaris, wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Tevens wordt een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 2.648,12 bruto en een transitievergoeding van € 154,37 bruto toegekend. Daarnaast krijgt de werknemer achterstallig loon, nachtvergoedingen, openstaande vakantie-uren en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. HCT wordt veroordeeld tot het verstrekken van deugdelijke specificaties en betaling van proceskosten.

Uitkomst: Het ontslag op staande voet is onterecht verklaard en de werknemer krijgt een billijke vergoeding, onregelmatige opzeggingsvergoeding, transitievergoeding, achterstallig loon, vakantie-uren, nachtvergoedingen en incassokosten toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: 12136700 \ AO VERZ 26-26/MdV
Beschikking van 9 juni 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: B. Jurgens,
tegen
de besloten vennootschap
HIGH CERTIFIED TRANSPORT B.V.,
te Middenmeer,
verwerende partij,
hierna te noemen: HCT,
vertegenwoordigd door dhr. [naam] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 10 maart 2026
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 12 mei 2026.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1986, is sinds 10 november 2025 in dienst bij HCT als oproepkracht op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van één jaar. De functie van [verzoeker] is chauffeur en hij ontvangt een loon van € 19,46 bruto per uur exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten.
2.2.
[verzoeker] is op 11 januari 2026 in België aangehouden en gedetineerd, vanwege een nog openstaande straf waartoe hij in 2024 bij verstek was veroordeeld.
2.3.
Op 12 januari 2026 heeft HCT via Whatsapp aan de partner van [verzoeker] laten weten dat [verzoeker] op staande voet werd ontslagen wegens verzuim van werk en het vastzitten.
2.4.
[verzoeker] is op 15 januari 2026 weer vrijgelaten.
2.5.
In de ontslagbrief die is gedateerd op 15 januari 2026 heeft HCT bevestigd dat de arbeidsovereenkomst per 12 januari 2026 is geëindigd. In die brief heeft HCT tevens aangegeven dat zij de kosten van een door [verzoeker] gevolgde ADR-opleiding en eventuele boetes die [verzoeker] tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden heeft laten ontstaan, zal verrekenen met de eindafrekening.

3.Het verzoek

3.1.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter om HCT te veroordelen tot betaling van;
  • een billijke vergoeding van € 2.648,12,
  • een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 2.648,12 bruto,
  • een transitievergoeding van € 154,37,
  • loon voor 62 gewerkte uren neerkomend op € 1.303,04 bruto en vier nachtvergoedingen neerkomend op € 252,00 voor de maand januari 2026,
  • 22,98 uur aan openstaande vakantie-uren, neerkomend op € 482,97 bruto,
  • € 749,43 aan buitengerechtelijke incassokosten.
Eén en ander onder verstrekking van deugdelijke bruto/netto specificaties en vermeerderd met de wettelijke rente en de proceskosten.
3.2.
Volgens [verzoeker] is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig, omdat er geen sprake was van een dringende reden die een ontslag op staande voet rechtvaardigt. Op het moment dat [verzoeker] werd ontslagen, zat hij namelijk pas één dag in detentie en was het nog niet duidelijk waarvoor hij was opgepakt en hoelang deze detentie zou duren. [verzoeker] was ook niet op de hoogte van de veroordeling bij verstek. Deze detentie was de eerste keer dat niet gewerkt werd. Er was dus geen sprake van een dusdanige situatie dat niet van HCT gevergd kon worden de arbeidsovereenkomst nog langer te laten voortduren. Daar komt bij dat het ontslag op staande voet ook niet voldoet aan de formele eisen die de wet aan een dergelijk ontslag stelt. Ondanks dat het ontslag volgens [verzoeker] niet rechtsgeldig is, berust hij wel in het ontslag. [verzoeker] maakt daarom enkel aanspraak op betaling van de hiervoor genoemde bedragen.
3.3.
HCT heeft geen verweer gevoerd.

4.De beoordeling

procedureel
4.1.
Namens HCT is [naam] op de zitting verschenen. Toen bleek dat er derden-belangstellenden bij de zitting aanwezig waren, heeft [naam] direct geëist dat deze de zaal zouden verlaten. Daarbij heeft hij verklaard dat hij er recht op had dat de zaak zou worden behandeld zonder de aanwezigheid van derden. De kantonrechter heeft [naam] erop gewezen dat zittingen in beginsel openbaar zijn en dat dit betekent dat belangstellenden aanwezig mogen zijn. [naam] heeft de zittingszaal vervolgens onmiddellijk verlaten. Behandeling met gesloten deuren kan aan de orde zijn in het belang van de openbare orde of de goede zeden, in het belang van de veiligheid van de Staat, indien de belangen van minderjarigen of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eisen, of indien openbaarheid het belang van een goede rechtspleging ernstig zou schaden. [1] [naam] heeft geen uitzonderingsgrond aangevoerd voor behandeling achter gesloten deuren en de kantonrechter heeft daarvoor ook geen aanleiding gezien. De kantonrechter heeft daarom tijdens de zitting besloten dat er geen aanleiding is om af te wijken van de hoofdregel om de zitting in het openbaar te laten plaatsvinden. De mondelinge behandeling is vervolgens voortgezet.
het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig
4.2.
Inhoudelijk gaat het in deze zaak om de vraag of aan [verzoeker] wegens onterecht ontslag op staande voet een billijke vergoeding moet worden toegekend, en of HCT moet worden veroordeeld tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding. Bij de beantwoording van die vragen speelt mee dat HCT voorafgaande aan de zitting geen verweerschrift heeft ingediend en op de zitting ook geen verweer heeft gevoerd. Dit heeft tot gevolg dat de door [verzoeker] aangevoerde feiten en omstandigheden als onweersproken zijn komen vast te staan en dat de kantonrechter in deze procedure van die feiten en omstandigheden dient uit te gaan.
4.3.
Op basis van de door [verzoeker] aangevoerde feiten en omstandigheden oordeelt de kantonrechter dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Dit wordt als volgt toegelicht.
4.4.
Ontslag op staande voet is een ultimum remedium, dat, gelet op de verstrekkende gevolgen, slechts gegeven mag worden als van de werkgever niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst met de betreffende werknemer nog langer te laten voortduren. [2] Bij de beoordeling van de vraag of een ontslag op staande voet gerechtvaardigd is moeten, alle - in onderling verband en samenhang te beschouwen - omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen. Het enkele feit dat [verzoeker] gedetineerd was en daardoor zijn werk verzuimde, is niet op zichzelf al voldoende voor een ontslag op staande voet. Bijkomende omstandigheden die het ontslag kunnen rechtvaardigen zijn door HCT niet gesteld en ook overigens niet gebleken. [3] [verzoeker] heeft onweersproken verklaard dat hij HCT nog dezelfde dag heeft geïnformeerd over zijn detentie en dat op dat moment en op de dag van ontslag op staande voet één dag later bij HCT en [verzoeker] niet bekend was waarom [verzoeker] was gedetineerd en hoelang de detentie zou duren. Van een dringende reden die een ontslag op staande voet rechtvaardigt was dan ook geen sprake. HCT heeft de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] gelet hierop niet rechtsgeldig opgezegd.
4.5.
Nu [verzoeker] echter berust in de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, is de overeenkomst desondanks per 12 januari 2026 geëindigd.
de billijke vergoeding
4.6.
Omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, zal het verzoek van [verzoeker] om toekenning van een billijke vergoeding worden toegewezen. Het geven van een ongeldig ontslag op staande voet wordt immers als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever aangemerkt. [4]
4.7.
Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd. [5] De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle (uitzonderlijke) omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen. Rekening houdende met deze uitgangspunten en de omstandigheden van dit geval, acht de kantonrechter de door [verzoeker] verzochte vergoeding ter hoogte van één maandsalaris (berekend op basis van de maandsalarissen van november en december 2025) redelijk. De kantonrechter zal [verzoeker] daarom een vergoeding toekennen van € 2.648,12 bruto. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking.
de vergoeding wegens onregelmatige opzegging
4.8.
Ook de gevorderde vergoeding wegens onregelmatige opzegging zal worden toegewezen, omdat is opgezegd tegen een eerdere dag dan die tussen partijen geldt. [6] De vergoeding is gelijk aan het bedrag van het loon over de opzegtermijn, te weten € 2.648,12 bruto. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 12 januari 2026.
de transitievergoeding
4.9.
Het verzoek om HCT te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding wordt eveneens toegewezen. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet terecht is gegeven, omdat daarvoor geen dringende reden aanwezig was. Een dringende reden valt niet zonder meer samen met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werknemer. Maar bij gebreke van een dringende reden en gelet op de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden is er geen grond om te oordelen dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoeker] . Dat betekent dat de transitievergoeding verschuldigd is. [7] HCT wordt veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding, die € 154,37 bedraagt. De gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 12 februari 2026.
achterstallig loon en vakantie-uren
4.10.
[verzoeker] maakt ook nog aanspraak op betaling van de door hem gewerkte uren in de periode 1 januari 2026 tot en met 11 januari 2026, nachtvergoedingen en openstaande vakantie-uren. HCT heeft in de ontslagbrief van 15 januari 2026 weliswaar aangegeven dat er nog boetes en studiekosten verrekend moeten worden, maar HCT heeft dit verweer in deze procedure niet gevoerd. De kantonrechter kan daardoor geen rekening houden met dit eventuele verweer. Bovendien betwist [verzoeker] dat de hiervoor genoemde kosten voor verrekening in aanmerking komen. Ook dit deel van de vordering wordt daarom toegewezen. De wettelijke rente over deze bedragen zal worden toegewezen, vanaf de datum van het opeisbaar worden van de betreffende loonbedragen tot aan de dag van de gehele betaling.
verstrekking netto/bruto specificatie
4.11.
HCT wordt ook veroordeeld tot het verstrekken van deugdelijke netto/bruto specificaties aan [verzoeker] waarin de toegewezen bedragen zijn verwerkt.
buitengerechtelijke incassokosten
4.12.
[verzoeker] verzoekt tot slot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [verzoeker] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag van € 749,43 is in overeenstemming met het Besluit en daarom toewijsbaar.
proceskosten
4.13.
De proceskosten komen voor rekening van HCT, omdat HCT ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op € 986,00 (€ 265,00 aan griffierecht, € 577,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt HCT om aan [verzoeker] een billijke vergoeding te betalen van € 2.648,12 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking, tot aan de dag van de gehele betaling,
5.2.
veroordeelt HCT om aan [verzoeker] de vergoeding wegens onregelmatige opzegging te betalen van € 2.648,12 bruto te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 12 januari 2026 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.3.
veroordeelt HCT om aan [verzoeker] een transitievergoeding te betalen van € 154,37 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 12 februari 2026 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.4.
veroordeelt HCT om aan [verzoeker] te betalen € 1.303,04 bruto aan achterstallig loon, € 252,00 netto aan nachtvergoedingen en € 482,97 bruto aan openstaande vakantie uren, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum van het opeisbaar worden van de betreffende bedragen tot aan de dag van de gehele betaling,
5.5.
veroordeelt HCT tot het verstrekken van deugdelijke netto/bruto specificaties over de onder 5.1 tot en met 5.4 genoemde bedragen,
5.6.
veroordeelt HCT tot betaling van € 749,43 aan buitengerechtelijke incassokosten,
5.7.
veroordeelt HCT in de proceskosten van € 986,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als HCT niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.8.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [8] .
Deze beschikking is gegeven door mr. H. de Jong en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.

Voetnoten

1.artikel 27 lid 1 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering
2.Artikel 7:678 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek (BW)
3.Vgl. HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO1821
4.Kamerstukken I, 2013-2014, 33 818, nr. C, pag. 99 en 113
5.Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 30 juni 2017, te vinden op www.rechtspraak.nl, onder nummer ECLI:NL:HR:2017:1187 (
6.Artikel 7:672 lid 11 BW Pro.
7.Artikel 7:673 lid 1 BW Pro.
8.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.