Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 11 juli 2013 in de zaak tussen
[eiser] te [woonplaats], eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Emmen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
verkoop van het object door opdrachtgever'.
€ 2.800.000. Makelaar[A] maakte kenbaar niet op het bod in te kunnen gaan omdat hij in onderhandeling was met een potentiële koper, de familie [Z].
In de eerste plaats hebben wij als bank een prima alternatief gekregen voor de oplossing van een beheerspost. Mede in overleg met BRI hebben wij op korte termijn geen betere oplossing te verwachten. [eiser] weet wat hij doet en is zich volledig bewust van het speculatieve karakter van de investeringen en is hier door de bank op gewezen. Alles met elkaar een goede basis om tot verstrekking van deze financiering over te gaan.”
De koopsom ad € 2.700.000 voor 2 boerderijen incl. ligboxenstal etc. + quota en ca 104 ha goed verkavelde grond is voor [eiser] een zeer gunstige transactie” en: “
De financieringen worden verstrekt aan [eiser] in de vorm van overbruggingsleningen, af te lossen uit verkoop, uiterlijk 31-03-2006”en onder het kopje: 4.2 Analyse winst- en verliesrekening en betalingscapaciteit: “
[eiser] is voornemens binnen 2 jaar het bedrijf [Y] weer te verkopen. Er is dus eigenlijk sprake van een overbruggingssituatie”. En onder het kopje: 4.5 Bancair aansprakelijk vermogen: “
[eiser] wil echter binnen 2 jaar de zaak weer verkopen. Het ligt in de verwachting dat hij dan een (flinke) vermogensstijging kan realiseren.”
Klant koopt het bedrijf doordat de bank bij [Y] heeft aangedrongen op verkoop vanwege een veiling door beslag op het onroerend goed. Onder normale omstandigheden zal dit bedrijf meer opbrengen. [Y] heeft echter die tijd niet meer”en onder het kopje: Advies Besluit: “
Helaas heeft de Fam. [Y] de extra tijd niet meer om tot een verkoop te komen waarbij een reële verkoopprijs wordt verkregen. [eiser] koopt het bedrijf voor een lage prijs en heeft nu wel de tijd om een normale verkoop te bewerkstelligen. De gehele financiering is primair gedekt en het BAV is ruim voldoende om de tijdelijke rentelasten te kunnen dragen. Ik adviseer dan ook de post goed te keuren op grond van verkoop binnen 2 jaren.”
[eiser] vraagt een financiering i.v.m. de aankoop van het bedrijf [Y]. Dit bedrijf dient te worden verkocht i.v.m. beslagen op het onroerende goed en uitzichtloze positie van de onderneming. De bank heeft deze post nu al enkele jaren onder beheer en de tijd begint erg te dringen aangezien de beslaglegger aandringt op verkoop. De post is in behandeling bij BRI (mevr. [naam]). [Y] heeft op 31 maart 2004 mondeling het bod van [eiser] geaccepteerd. Dit ter voorkoming van een veiling. Met dit bod kan net de gehele financiering van [Y] worden afgelost. Hiermee komt een einde aan langdurig beheerskosten. [eiser] doet de aankoop met als doel om dit binnen 2 jaren weer te verkopen. Er is derhalve sprake van speculatie.”
splitsing koopsom grond, ondergrond, gebouwen en opstallen”.
Met betrekking tot de aankoop van de boerderijen[straat] 17 en 23 met de daarbij behorende agrarische grond staat vast dat de heer [eiser] bij aankoop reeds de bedoeling had om binnen korte termijn de bedrijven weer te verkopen. Ik kom tot dit standpunt omdat de heer [eiser] alleen een financiering kon krijgen indien hij de intentie zou hebben om het gekochte weer te verkopen waardoor er geen sprake hoefde te zijn van een langdurige financiering.
Verder geeft u in uw brief aan dat u het niet eens bent met de door de controle ambtenaar onder punt 3 van zijn rapport vermelde stelling dat de door de heer [eiser] aangekochte boerderij onder de inkomsten uit overige werkzaamheid vallen. U bent de mening toe gedaan dat deze onroerende zaken in box 3 thuis horen. Hier verschilden we tijdens ons gesprek over deze zaak op 25 maart 2008 van mening. Tijdens dit gesprek is er door ons afgesproken dat we, met betrekking tot omstandigheden die geleid hebben tot het laten plaatsvinden van de besproken transacties, nog nader onderzoek zou worden ingesteld. Dit is nog niet geheel afgerond. Ik hoop hierover zo snel mogelijk contact met u te kunnen opnemen. Ik stel mij nu echter nog op het standpunt dat deze aankoop en verkoop nog moeten worden gezien als inkomsten uit onderneming c.q. opbrengsten uit overige werkzaamheden. Omdat wij hierover nog van mening verschillen zal ik het inkomen uit sparen en beleggen op dit punt niet wijzigen. (…)
Onze conclusie kan dan ook enkel en alleen maar zijn dat sprake is geweest van een -volgens sommigen zeer- speculatieve transactie in de privésfeer.”
Naar aanleiding van je telefonisch verzoek deel ik je het volgende mede. Op verzoek van collega [naam] heb ik met dhr. [naam] en [naam] de koopsom uitgesplitst van de onroerende zaken zoals vermeld in de akte van levering d.d. 14-04-2004. Dhr. [eiser] heeft zoals bekend de onroerende zaken gekocht voor een totaal bedrag van € 2.700.000, -. Na veel en langdurig onderhandelen is de koopsom uitgesplitst zoals vermeld in het taxatierapport. O.a. de hierbij gehanteerde grondprijs van € 16.059, - is laag. Er was in 2004 overigens wel weinig (grond) handel. Enkele nabij gelegen kleine kavels grond zijn echter verkocht voor ca. € 2,25. Akten heb ik bijgevoegd. M.i. was in redelijkheid voorzienbaar, dat dhr. [eiser] veel winst zou maken met deze transactie. Zoals ik je reeds heb medegedeeld zijn enkele berekeningen in Excel zoekgeraakt bij de werkzaamheden die gepaard gingen bij het overzetten naar een andere server. Ik kan dan ook niet alle berekeningen meer herleiden.
.Voor de vaststelling van de hoogte van de door verweerder te vergoeden immateriële schade dient deze periode naar boven te worden afgerond op één jaar.
De proceskosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.650 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt verschijnen ter hoorzitting, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor het verschijnen ter nadere zitting, met een waarde per punt van € 235 voor de bezwaarfase en € 472 voor de beroepsfase en een wegingsfactor 1).
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt uitspraken op bezwaar;
- vermindert de aanslag tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van negatief € 57.449 en naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 12.037;
- stelt het verlies voor 2005 vast op € 57.449;
- vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 41 aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.650, te betalen