ECLI:NL:HR:1999:AA2656
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting en kwalificatie verkoopwinst als arbeidsinkomen
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1989 een navorderingsaanslag opgelegd wegens een vermeend te laag aangegeven belastbaar inkomen, nadat hij certificaten van aandelen had gekocht en kort daarna met winst verkocht. De Inspecteur corrigeerde het belastbare inkomen met het bedrag van de verkoopwinst.
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat de behaalde winst belastbaar was als inkomsten uit arbeid, omdat belanghebbende de certificaten vrijwel kosteloos verkreeg met het oogmerk deze snel met winst te verkopen. Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat het voordeel niet als arbeidsinkomen mocht worden belast, maar dit werd door het Hof verworpen.
In cassatie stelde belanghebbende dat het Hof ten onrechte de grens tussen vermogensbeheer en arbeidsinkomen had verschoven. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof geen onjuiste maatstaf had toegepast en dat de feitelijke waardering van het Hof niet onbegrijpelijk was. Ook het oordeel over grove schuld wegens het niet melden van het voordeel werd bevestigd.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de navorderingsaanslag en de kwalificatie van de verkoopwinst als belastbaar arbeidsinkomen. Proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de navorderingsaanslag inkomstenbelasting wordt bevestigd.