Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
in het geding tussen
[eiser],
wonende te [woonplaats],
de inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Groningen,
gemachtigde [gemachtigde verweerder].
Procesverloop
Motivering
De rechtbank vindt wel aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 944 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 472 en een wegingsfactor 1). De rechtbank overweegt wat betreft onderhavige zaak en de zaak met nummer 12/3125 sprake is van samenhangende zaken. Het gaat weliswaar om zaken van twee verschillende belastingplichtigen (natuurlijke personen), maar blijkens de overeenkomsten in de inhoud van de ingediende beroepschriften zijn de werkzaamheden in elk van de zaken nagenoeg identiek. Nu deze zaak samenhangt met de procedure onder 12/3125, worden deze samenhangende zaken voor de veroordeling in de proceskosten gezien als één zaak, zodat in beide procedures een proceskostenvergoeding van € 472 zal worden toegekend.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de navorderingsaanslag IB/PVV 2005;
- vernietigt de boetebeschikking (vergrijpboete);
- Vernietigt de beschikking heffingsrente;
- bepaalt dat deze uitspraak in zo verre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;