ECLI:NL:RBNNE:2015:6183
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. Vonk
- W.M.G. Visser
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag en boete wegens niet opgegeven buitenlandse bankrekening, voortvarendheid en immateriële schadevergoeding
Eiseres werd een navorderingsaanslag IB/PVV opgelegd voor het niet aangeven van inkomsten uit een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot Bankiers Luxembourg. De inspecteur legde tevens een vergrijpboete van 100% op. Eiseres betwistte de voortvarendheid van de oplegging, de hoogte van de boete en vorderde immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank stelde vast dat de navorderingsaanslag binnen de wettelijke termijn van vijf jaar was opgelegd en dat voortvarendheid niet leidde tot verval van de aanslag. De bezwaarfase en beroepsfase duurden samen bijna vier jaar, waarbij de redelijke termijn met bijna twee jaar werd overschreden zonder bijzondere omstandigheden. De rechtbank kende daarom een immateriële schadevergoeding toe van in totaal € 2.000.
De boete werd verminderd van 100% naar 72% van de boetegrondslag vanwege de overschrijding van de redelijke termijn en het feit dat eiseres in de beroepsfase alsnog openheid van zaken gaf. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan eiseres toegekend. De uitspraak bevestigt de navorderingsaanslag en heffingsrente, maar wijzigt de boetebeschikking.
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Navorderingsaanslag gehandhaafd, boete verminderd tot 72%, immateriële schadevergoeding toegekend wegens termijnoverschrijding.