Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Eindhoven, verweerder
de Minister voor Rechtsbescherming(de Minister).
Procesverloop
Overwegingen
- Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (ook wel aangeduid als de basisverordening, hierna: Vo 883/2004)
- Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (ook wel aangeduid als de toepassingsverordening, hierna: Vo 987/2009)
- Overeenkomst krachtens artikel 16, eerste lid, van verordening (EG) 883/2004 betreffende de vaststelling van de op rijnvarenden toepasselijke wetgeving (hierna: de Rijnvarendenovereenkomst);
- Besluit nr. A1 van 12 juni 2009 betreffende de instelling van een dialoog- en bemiddelingsprocedure met betrekking tot de geldigheid van documenten, het bepalen van de toepasselijke wetgeving en het verlenen van prestaties uit hoofde van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad (hierna: Besluit nr. A1)
- Op grond van de Rijnvarendenovereenkomst gelden voor Rijnvarenden per 1 mei 2010 niet de aanwijsregels zoals opgenomen in titel II van Vo 883/2004 (artikelen 11 tot en met 15). In plaats daarvan gelden voor Rijnvarenden de in artikel 4 van Pro de Rijnvarendenovereenkomst opgenomen aanwijsregels.
- Partijen bij de Rijnvarendenovereenkomst zijn: Duitsland, België, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, Zwitserland (per 1 april 2012) en Liechtenstein (per 1 september 2018).
- De Rijnvarendenovereenkomst is van toepassing op alle personen die als Rijnvarenden aan de wetgeving van één of meer van de verdragsluitende partijen onderworpen zijn of zijn geweest (artikel 2, eerste lid, van de Rijnvarendenovereenkomst).
- Volgens de Rijnvarendenovereenkomst wordt onder het begrip “Rijnvarende” een werknemer of zelfstandige verstaan, alsmede elke persoon die krachtens de van toepassing zijnde wetgeving met hen wordt gelijkgesteld, die behorend tot het varend personeel zijn beroepsarbeid verricht aan boord van een schip dat met winstoogmerk in de Rijnvaart wordt gebruikt en dat is voorzien van het certificaat bedoeld in artikel 22 van Pro de Herziene Rijnvaartakte, ondertekend te Mannheim op 17 oktober 1868, met inachtneming van de wijzigingen welke daarin zijn aangebracht of nog zullen worden aangebracht, alsmede van de daarop betrekking hebbende uitvoeringsvoorschriften (artikel 1, onderdeel a, van de Rijnvarendenovereenkomst).
2.2.4 Het standpunt van belanghebbende dat er sprake is van dubbele heffing van socialeverzekeringspremies en daarom artikel 16 Basisverordening Pro dient te worden toegepast in het belang van belanghebbende, heeft het Hof van de hand gewezen.
4.3.1 In cassatie is de vraag aan de orde of er een rechtsgrond is die inhoudt dat door Luxemburg geheven premies moeten worden verrekend met door de Inspecteur te heffen premies. Bij de beantwoording van die vraag is het volgende van belang.
Nederlandsevolksverzekeringen. Immers, slechts premies voor de Nederlandse volksverzekeringen kunnen met de heffing van inkomstenbelasting door middel van één belastingaanslag geheven worden. Deze opvatting is eveneens af te leiden uit bijvoorbeeld artikel 3.16, negende lid, van de Wet IB. In onderdeel a van dat artikellid wordt het begrip ‘premie voor de volksverzekeringen’ gebruikt. In onderdeel b wordt vervolgens genoemd ‘premies voor buitenlandse verzekeringen die naar aard en strekking overeenkomen met de volksverzekeringen’.