ECLI:NL:RBNNE:2023:5126
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling definitieve NOW-2 subsidie en terugvordering voorschot op concernniveau
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarin de definitieve subsidie op grond van de NOW-2 werd vastgesteld en een deel van het voorschot werd teruggevorderd. De minister had de omzetdaling berekend op concernniveau, omdat eiseres en een andere entiteit onderdeel uitmaken van dezelfde groep, Paragon Group Ltd. Eiseres betwistte deze groepsindeling en stelde dat zij als zelfstandige entiteit moest worden beschouwd, met een hogere omzetdaling.
De rechtbank oordeelde dat eiseres terecht als onderdeel van een concern is aangemerkt op grond van artikel 6, zevende lid, van de NOW-2 en de definities in artikel 2:24a BW. De door eiseres aangevoerde feiten die een zelfstandige positie zouden onderbouwen, waren onvoldoende om de groepsindeling te weerleggen. De rechtbank bevestigde dat de minister bevoegd was om de subsidie lager vast te stellen op grond van artikel 4:46 Awb Pro, omdat de subsidieverlening anderszins onjuist was.
Hoewel de minister in het bestreden besluit geen expliciete belangenafweging had gemaakt, werd dit gebrek gepasseerd omdat de minister deze afweging tijdens de zitting alsnog heeft toegelicht. De rechtbank vond het financiële nadeel voor eiseres niet onevenredig in verhouding tot het doel van de regeling. Ook het beroep op de werkmaatschappijvrijstelling faalde, omdat niet aan de voorwaarden werd voldaan.
De terugvordering van het voorschot werd eveneens als proportioneel beoordeeld, mede omdat eiseres betalingsregelingen kan treffen. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt de toepassing van de NOW-2 regeling op concernniveau en de discretionaire bevoegdheid van de minister bij subsidievaststelling en terugvordering.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van de subsidie en terugvordering blijven in stand.