Uitspraak
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de ontvanger van de Belastingdienst/MKB kantoor Emmen, de ontvanger
de Minister voor Rechtsbescherming, de Minister.
Inleiding
Feiten
€ 263.386
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser is als middellijk bestuurder aansprakelijk gesteld voor een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2014, opgelegd aan de vennootschap waarvan hij deel uitmaakt. De rechtbank beoordeelt de rechtsgeldigheid en hoogte van de aansprakelijkstelling en onderzoekt of sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
De rechtbank oordeelt dat de vennootschap op het moment van de aansprakelijkstelling in gebreke was, omdat het uitstel van betaling was beëindigd en de naheffingsaanslag nog niet volledig was voldaan. De melding betalingsonmacht van de vennootschap is niet rechtsgeldig omdat de naheffingsaanslag het gevolg is van opzet of grove schuld, gelet op de eerdere uitspraak waarin de vennootschap werd veroordeeld voor btw-fraude.
Verder stelt de rechtbank vast dat eiser als middellijk bestuurder kennelijk onbehoorlijk heeft gehandeld, aangezien hij persoonlijk een ernstig verwijt treft vanwege zijn rol in het niet voldoen van de omzetbelasting en de fraude. De rechtbank wijst het beroep toe voor een correctie van het bedrag van de aansprakelijkstelling, omdat verrekeningen vóór de beschikkingsdatum niet waren meegenomen. Tevens kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelt de ontvanger tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De beschikking aansprakelijkstelling wordt vastgesteld op €1.532.249 wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, met toekenning van immateriële schadevergoeding en proceskostenvergoeding aan eiser.