ECLI:NL:RBNNE:2025:3494
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over niet-binaire geslachtsaanduiding in geboorteakte
In deze zaak verzoekt betrokkene om wijziging van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte naar een niet-binaire aanduiding 'X'. De huidige wetgeving maakt dit niet mogelijk omdat wijziging alleen is toegestaan bij overtuiging tot het andere geslacht, niet voor non-binaire personen. De rechter stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad om duidelijkheid te verkrijgen over de ruimte die de rechter heeft om een dergelijk verzoek toe te wijzen zonder wettelijke basis.
De rechter licht toe dat de registratie van het geslacht in Nederland traditioneel gebaseerd is op de biologische werkelijkheid, met aanduiding 'mannelijk' of 'vrouwelijk'. Hoewel er een wetsvoorstel bestaat om de voorwaarden te versoepelen, is dit niet ingevoerd en weigert het kabinet het voorstel in te trekken ondanks een motie van de Tweede Kamer. Rechtspraak van het EHRM bevestigt dat de staat een ruime beoordelingsmarge heeft en geen positieve verplichting tot toewijzing van een neutrale geslachtsaanduiding.
De rechter vraagt zich af of het ontbreken van een wettelijke basis een inbreuk vormt op het recht op seksuele identiteit en persoonlijke ontplooiing (art. 8 EVRM Pro), en of de rechter ruimte heeft om een niet-binaire registratie toe te wijzen. Tevens worden vragen gesteld over de wijze van registratie, de rol van een deskundigenverklaring en de juridische betekenis van de biologische werkelijkheid. De beslissing wordt aangehouden totdat de Hoge Raad deze prejudiciële vragen beantwoordt.
Uitkomst: De rechter houdt de beslissing aan en stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de toewijzing van een niet-binaire geslachtsaanduiding.