De rechtbank Noord-Nederland heeft op 16 december 2025 uitspraak gedaan in het bestuursrechtelijke geschil tussen eiseressen en het college van Gedeputeerde Staten van Fryslân over de natuurvergunning voor schelpenwinning in het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone voor 2024-2025.
Eiseressen betoogden onder meer dat het college het project onvolledig en onduidelijk heeft omschreven, dat de passende beoordeling niet voldoet aan wettelijke eisen, met name door het hanteren van een onjuiste referentiesituatie en onvoldoende onderbouwing van effecten op het habitattype, natuurwaarden, voedselvoorziening van vogels, stikstofdepositie en cumulatie van effecten. De rechtbank stelde vast dat de vergunning gebaseerd was op een geëxpireerde vergunning als referentie, wat strijdig is met vaste jurisprudentie. Ook ontbrak inzicht in de omvang van schelpenvoorraden en waren de effecten op natuurwaarden en vogels onvoldoende onderzocht.
De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) bracht deskundigenadviezen uit die de bezwaren van eiseressen onderschreven. Het college kon deze niet weerleggen. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en vernietigde de vergunning. De rechtbank zag geen aanleiding zelf in de zaak te voorzien en veroordeelde het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een volledige en nauwkeurige passende beoordeling bij vergunningverlening in Natura 2000-gebieden, met correcte projectomschrijving, juiste referentiesituatie en gedegen onderbouwing van milieueffecten, mede in het licht van recente jurisprudentie en wetenschappelijke inzichten.