ECLI:NL:RBOBR:2014:2338
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging bestuurlijke boete wegens schending informatieplicht toeslagwet
Eiseres ontving vanaf 3 januari 2011 een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW). Verweerder stelde vast dat eiseres onjuiste informatie had verstrekt over het niet ontvangen van andere inkomsten, terwijl zij vanaf 1 juni 2007 nabestaandenpensioenen ontving. Hierdoor werd ten onrechte toeslag verstrekt en werd een boete opgelegd ter hoogte van het benadelingsbedrag.
De rechtbank oordeelde dat eiseres de informatieplicht uit artikel 12 TW Pro doorlopend heeft geschonden. Hoewel eiseres stelde dat zij geen verwijt trof en verweerder op de hoogte had kunnen zijn van haar pensioenuitkeringen, verwierp de rechtbank dit omdat eiseres zelf gehouden was de juiste informatie te verstrekken.
De rechtbank overwoog dat eiseres in beginsel mag worden bestraft volgens het zwaardere boeteregime dat per 1 januari 2013 geldt. Echter, bij het bepalen van de boete moet rekening worden gehouden met het oude strafmaximum van € 2269,- voor de periode vóór 1 januari 2013. De opgelegde boete overschreed dit maximum, waardoor matiging noodzakelijk was.
Daarnaast vond de rechtbank dat de boete evenredig moet zijn en rekening moet houden met de omstandigheden, zoals het ontbreken van opzet en het feit dat het een eenmalige fout betrof die niet werd rechtgezet. Daarom matigde de rechtbank de boete tot € 2000,-.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de boete betreft, herroept het primaire boetebesluit en legt de lagere boete op. Tevens veroordeelde zij verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Boete gematigd tot € 2000,- wegens schending informatieplicht en evenredigheid.