Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 mei 2016 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Uden, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Zij is getrouwd geweest met de heer [naam] (hierna: [naam] ), maar is in 1981 van hem gescheiden. Na de scheiding zijn eiseres en [naam] op hetzelfde adres blijven wonen en heeft hij haar onderhouden. Omdat [naam] van plan was om terug te keren naar Turkije, heeft eiseres op 15 augustus 2013 een aanvraag voor een uitkering ingediend.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres, begroot op € 992,00;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van eiseres à 45,00 vergoedt.
mr. M. van 't Klooster, leden, in aanwezigheid van R.G. van der Korput, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2016.