ECLI:NL:CRVB:2015:1880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestuurlijke boete en intrekking bijstand wegens niet doorgeven woonadres
Appellant ontving bijstand en stond ingeschreven op een uitkeringsadres, maar woonde feitelijk elders. De gemeente stelde vast dat appellant niet woonde op het uitkeringsadres en legde een intrekking van de bijstand en een bestuurlijke boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank oordeelde deels in het voordeel van appellant, maar de Raad heroverweegt de periode van 1 december 2012 tot en met 3 april 2013 en concludeert dat appellant toen wel op het uitkeringsadres woonde. De intrekking en terugvordering over die periode worden daarom vernietigd.
Voor de periode van 4 tot en met 30 april 2013 is de schending van de inlichtingenverplichting terecht vastgesteld, maar de Raad stelt de boete vast op 50% van het benadelingsbedrag, afgerond op €220,-, omdat opzet niet is aangetoond.
De Raad vernietigt de eerdere besluiten waar nodig, stelt het terug te vorderen bedrag vast op €423,58 en veroordeelt het college in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand is bevestigd vanaf 1 mei 2013, vernietigd over 1 december 2012 tot 3 april 2013, met een boete van €220,- opgelegd.