ECLI:NL:CRVB:2015:1879
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete bij hennepteelt in bijstandszaken
Appellant, die bijstand ontving, werd geconfronteerd met intrekking en terugvordering van bijstand nadat de politie een hennepkwekerij met zes planten in zijn woning aantrof. Het college stelde dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door dit niet te melden, wat leidde tot intrekking van bijstand en oplegging van een boete van 100% van het benadelingsbedrag.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond, maar in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep de intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting. De Raad oordeelde echter dat de boete van 100% niet passend was, omdat appellant niet opzettelijk handelde en de kwekerij klein en niet professioneel was. De boete werd daarom verlaagd naar 50% van het benadelingsbedrag, zijnde € 520.
De Raad benadrukte dat boetes in het sociale zekerheidsrecht volledig getoetst moeten worden aan het evenredigheidsbeginsel en afgestemd moeten zijn op de individuele situatie, waarbij opzet of grove schuld zwaarder wegen dan verminderde verwijtbaarheid. De Raad veroordeelde tevens het college in de kosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht vergoed wordt.
Uitkomst: De intrekking van bijstand wordt bevestigd en de boete wordt verlaagd naar 50% van het benadelingsbedrag, zijnde € 520.