ECLI:NL:RBOBR:2017:2659
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Sluiting coffeeshop wegens overschrijding handelsvoorraadcriterium en directe relatie met woning
Verzoekster exploiteert Coffeeshop De Apotheker te Eindhoven. Op 13 december 2016 werd in een woning te Nuenen, gehuurd door de enig aandeelhouder en leidinggevende van de exploitant, een grote hoeveelheid softdrugs aangetroffen die bestemd was voor de coffeeshop. De burgemeester besloot op grond van artikel 13b Opiumwet de coffeeshop voor 360 dagen te sluiten wegens overschrijding van het handelsvoorraadcriterium.
Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening tot schorsing van het besluit. Zij stelde onder meer dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en dat de drugs op grote afstand van de coffeeshop waren aangetroffen, waardoor geen directe relatie zou bestaan. De voorzieningenrechter oordeelde dat de drugs wel degelijk deel uitmaken van de handelsvoorraad van de coffeeshop vanwege de directe relatie met de woning van de leidinggevende.
De rechtbank verwierp het betoog dat het bewijs onrechtmatig was verkregen, omdat het bestuursrecht een ruimere bewijsrechtelijke toets kent dan het strafrecht. Ook werd geoordeeld dat de maatregel niet punitief is, maar gericht tegen het pand. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en het besluit tot sluiting bleef van kracht.
Uitkomst: Het verzoek om schorsing van de sluiting van Coffeeshop De Apotheker wordt afgewezen en de sluiting blijft van kracht.