ECLI:NL:RBOBR:2018:319
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid burgemeester tot sluiting coffeeshop wegens overschrijding handelsvoorraadcriterium
De burgemeester van Eindhoven besloot de coffeeshop te sluiten voor 360 dagen wegens overtreding van het handelsvoorraadcriterium uit artikel 13b van de Opiumwet. De coffeeshopexploitant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde onder meer dat de drugs in de woning onrechtmatig waren verkregen en dat er geen directe relatie bestond tussen de drugs in de woning en de coffeeshop.
De rechtbank oordeelde dat zelfs als het bewijs onrechtmatig verkregen zou zijn, dit niet automatisch het gebruik in bestuursrechtelijke procedures uitsluit. De aangetroffen softdrugs in de woning behoren tot de handelsvoorraad van de coffeeshop, mede omdat de exploitant op hetzelfde adres woont en verklaarde dat de drugs bestemd waren voor de coffeeshop. De afstand tussen woning en coffeeshop doet aan deze directe relatie niet af.
Verder concludeerde de rechtbank dat het door de burgemeester gevoerde beleid binnen de wettelijke kaders valt en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking rechtvaardigen. De sluiting van de coffeeshop is gerechtvaardigd om de achterdeurproblematiek aan te pakken en heeft een herstelsanctiekarakter. Het beroep van de exploitant werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de sluiting van de coffeeshop wegens overschrijding van het handelsvoorraadcriterium.