ECLI:NL:RVS:2016:1506
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J. Kramer
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting pand wegens niet-gedoogd verkooppunt softdrugs volgens Opiumwet
De burgemeester van Tilburg heeft een pand gesloten voor zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet, omdat in het pand een handelshoeveelheid softdrugs werd aangetroffen die bestemd was voor verkoop in coffeeshops. De eigenaars van het pand en de huurder voerden aan dat de drugs niet voor verkoop vanuit het pand waren bestemd, maar voor de coffeeshops, en dat het beleid en de aanwijzing Opiumwet onredelijk en onrechtmatig zijn.
De Raad van State oordeelt dat de burgemeester terecht het pand als niet-gedoogd verkooppunt heeft aangemerkt en bestuursdwang mocht toepassen. Het beleid onderscheidt terecht tussen coffeeshops, woningen en niet-gedoogde verkooppunten. De achterdeurproblematiek, waarbij coffeeshops externe voorraden softdrugs aanhouden, rechtvaardigt geen afwijking van het beleid. De burgemeester heeft de veiligheidsrisico's en de negatieve impact op de openbare orde voldoende gemotiveerd.
Verder faalden de beroepen op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, omdat geen concrete toezeggingen of vergelijkbare gevallen waren aangevoerd. Ook is de sluiting geen strafsanctie maar een herstelsanctie in bestuursrechtelijke zin. Ten slotte is er geen disproportionele inbreuk op het eigendomsrecht volgens het EVRM. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van het pand als niet-gedoogd verkooppunt en verklaart het hoger beroep ongegrond.