Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 september 2017 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres
[werknemer], te [woonplaats] , werknemer
Procesverloop
Overwegingen
.Het bezwaar van de werknemer is bij besluit van 19 juli 2016 ongegrond verklaard
.Daartegen is geen beroep ingesteld. Bij brief van 30 juni 2016 heeft eiseres verweerder verzocht de loonsanctie te bekorten. Dit bekortingsverzoek heeft geleid tot de nu in geding zijnde besluitvorming, als vermeld in het procesverloop.
dat is benoemd bij het opleggen van de loondoorbetalingsverplichting(cursivering rechtbank). Dat betekent in deze zaak dat de re-integratie-inspanningen van eiseres hadden moeten worden beoordeeld in het licht van de functionele mogelijkheden van de werknemer die verweerders verzekeringsartsen ten tijde van het loonsanctiebesluit hebben vastgesteld. Verweerder heeft deze re-integratie-inspanningen echter afgezet tegen de nieuw vastgestelde functionele mogelijkheden van de werknemer – vastgelegd in de FML van 2 augustus 2016 – die in ieder geval wat betreft de urenbeperking (fors) afwijken van verweerders standpunt ten tijde van de loonsanctie. De rechtbank acht dit onjuist. Dat zou mogelijk anders zijn in het geval dat de gezondheidssituatie van de werknemer in de periode van 21 januari 2016 tot 30 juni 2016 sterk verbeterd zou zijn, maar daarvoor bieden de gedingstukken geen enkel aanknopingspunt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder een onjuist beoordelingskader heeft gehanteerd. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit is gebaseerd op een onzorgvuldig onderzoek.