ECLI:NL:CRVB:2015:2426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
Een werkneemster raakte arbeidsongeschikt door een verkeersongeval. De werkgever vroeg een deskundigenoordeel aan over haar re-integratie-inspanningen, die aanvankelijk als voldoende werden beoordeeld. Later concludeerde een arbeidsdeskundige echter dat de werkgever onvoldoende inspanningen had verricht, waarna het UWV een loonsanctie oplegde.
De werkgever maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde deze ongegrond. In hoger beroep voerde de werkgever aan dat de werkneemster volledig arbeidsongeschikt was en dat het UWV ten onrechte geen verzekeringsgeneeskundig onderzoek had verricht. Ook stelde zij dat de loonsanctie onterecht en buitenproportioneel was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht had vastgesteld dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had geleverd zonder deugdelijke grond. De Raad benadrukte dat het hier een inspanningsverplichting betreft en dat de werkgever mogelijkheden had om werkhervatting te stimuleren. Het verzoek om bekorting van de loonsanctie en schadevergoeding werd afgewezen.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af. De beslissing is genomen op basis van een zorgvuldige toetsing van de feiten, het toepasselijke wettelijke kader en de beleidsregels van het UWV.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.