Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
(het Openbaar Ministerie, de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst Fiod en de Belastingdienst),
Rechtbank Oost-Brabant
Op 2 januari 2019 dienden vier verzoekers een verzoekschrift in bij de Rechtbank Oost-Brabant voor verlof tot het leggen van conservatoir bewijsbeslag op grond van artikel 730 Rv Pro in verband met artikel 843a Rv tegen de Staat der Nederlanden. Het bewijsbeslag betreft een omvangrijke omschrijving van Bescheiden, waaronder interne gegevens van verweerder die inzicht kunnen geven in de verwerking en kennisneming van zogenaamde Gepriviligeerde Gegevens, welke als geheimhoudersstukken zijn aangemerkt.
De voorzieningenrechter overwoog dat het belang van verzoekers bij het bewijsbeslag legitiem is vanwege de bescherming van hun geheimhoudingsplicht en wettelijk verschoningsrecht. Gezien de omvang van de Bescheiden is het praktisch onuitvoerbaar om binnen vijf uur na betekening uitvoering te geven, daarom is een termijn van veertien dagen gesteld. Tevens is een dwangsom opgelegd van € 2.500.000,- eenmalig en € 250.000,- per dag of dagdeel bij niet-nakoming, met een maximum van € 25.000.000,- en een uitstel van verbeuring van acht weken.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de hoofdzaak binnen tien weken na betekening van het verlof moet worden ingesteld en wees het meer of anders verzochte af. De beschikking benadrukt het bindende karakter van het verlof en de dwangsom, mede gelet op eerdere niet-naleving van een rechterlijk bevel door verweerder.
Uitkomst: Verlof tot conservatoir bewijsbeslag verleend met dwangsom en termijn voor uitvoering en hoofdzaak.