Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
[gedaagde 4],
1.De procedure
- de dagvaarding van 13 februari 2019 met 13 producties
- de partiële conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie van 22 februari 2019 met 74 producties
- de akte van de zijde van 25 februari 2019 van de zijde van [gedaagden] met productie 75 met verzoek tot het opleggen aan de Staat der Nederlanden van een mededelingsverbod ex artikel 28 lid 1 sub b Rv Pro.
- de mondelinge behandeling die plaats vond op 26 februari 2019
- de pleitnota van de Staat der Nederlanden
- de pleitnota van [gedaagden]
2.De feiten
3.Het geschil in conventie
4.Het geschil in reconventie
subsidiair: de Staat der Nederlanden te veroordelen om binnen 24 uren na betekening van dit vonnis alle e-mails vanaf 17 maart 2019 waarover de Staat der Nederlanden op enigerlei wijze geheel of gedeeltelijk beschikt en waarin een of meer van de volgende mailadressen voorkomen:
[e-mail adres];
[e-mail adres];
[e-mail adres];
[e-mail adres]; en
[e-mail adres];