Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 april 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres 1
het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant, verweerder
Bio Energie Centrale Cuijk B.V., te Katwijk (NB), (gemachtigden: mr. J.J. Peelen, ir. M. Wagener en D. Goedhuis).
Procesverloop
eiseres 2 gegrond verklaard en het verzoek om handhaving op inhoudelijke gronden alsnog afgewezen.
Overwegingen
In 2012 heeft Essent een quick-scan ‘vergund gebruik’ Essent Centrale Cuijk (Tauw R011-4649366AIH-lhl-V03) laten opstellen. Dit betreft een quick-scan op basis van de vergunde situatie uit 2003. Tevens zijn de gevolgen van de inzet van andere biomassastromen in de installatie in beeld gebracht en de effecten hiervan op Natura 2000 gebieden Uit deze quick-scan blijkt dat de stikstofdepositie zelfs in de worst case situatie gelijk blijft. Omdat er geen wijzigingen zijn die relevant zijn voor de stikstofdepositie als gevolg van de activiteiten is er geen aanleiding voor het maken van de stikstofdepositieberekeningen en behoeft de stikstofdepositie niet nader getoetst te worden. Voor andere mogelijke invloeden is ook voldoende aangetoond dat effecten op voorhand zijn uit te sluiten waarmee er geen vergunningplicht geldt in het kader van de Natuurbeschermingswet.”
€ 1.000,00 redelijk geacht. De rechtbank zal de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) veroordelen tot betaling aan verzoekers van een bedrag van
€ 1.000,00 als vergoeding van de geleden immateriële schade ten gevolge van de overschrijding van de redelijke termijn.