ECLI:NL:RBOBR:2023:3034
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van woningsluiting wegens handelshoeveelheid softdrugs en bevoegdheid burgemeester
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester om zijn woning en bijgebouw voor drie maanden te sluiten vanwege de vondst van 156,5 kilogram softdrugs, bestemd voor een coffeeshop. Na afwijzing van het bezwaar door de burgemeester, stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank onderzocht of eiser nog procesbelang had, gelet op het feit dat de sluiting reeds was geëffectueerd. Omdat eiser aannemelijk maakte dat hij schade had geleden, onder andere door kosten voor vervangende woonruimte, werd het beroep inhoudelijk behandeld.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester bevoegd was de woning en het bijgebouw te sluiten, omdat de drugsvoorraad de hoeveelheid voor eigen gebruik overschrijdt en bestemd was voor verkoop. De woning en het bijgebouw vormden een samenhangend geheel. De sluiting was noodzakelijk vanwege de ernst van de overtreding, de veiligheidsrisico’s en de signaalfunctie.
De rechtbank vond de maatregel evenwichtig, ondanks eisers blanco strafblad en persoonlijke omstandigheden. De nadelige gevolgen waren beperkt doordat eiser toegang tot zijn perceel behield en zijn woning na afloop kon betrekken. Het beroep werd ongegrond verklaard en het griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van de woning en het bijgebouw wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.