ECLI:NL:RBOBR:2023:5726
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde bedrijfsobject met vergelijkingsmethode bevestigd door rechtbank
Eiseres, eigenaar van een kantoorpand uit 1978 gelegen op een bedrijventerrein in ’s-Hertogenbosch, betwistte de WOZ-waarde van €719.000 vastgesteld door de heffingsambtenaar voor het kalenderjaar 2022. Zij stelde een lagere waarde voor op basis van een eigen verkoopcijfer en een taxatierapport, maar de rechtbank oordeelde dat het eigen verkoopcijfer niet representatief was omdat de verkoop binnen een concern plaatsvond en het taxatierapport niet voldeed aan de eisen voor WOZ-waardering.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport van een deskundige taxateur, die de vergelijkingsmethode toepaste met drie vergelijkingsobjecten. De rechtbank vond dat de gebruikte vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar waren en dat de heffingsambtenaar op begrijpelijke en inzichtelijke wijze rekening had gehouden met verschillen tussen het bedrijfsobject en de vergelijkingsobjecten, waaronder bouwjaar, ligging en oppervlakte.
Eiseres voerde aan dat de taxatie onvoldoende rekening hield met specifieke objectkenmerken zoals de aanwezigheid van een lift en verschillen in functieaanduiding en huurniveau. De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar deze punten had erkend en gecorrigeerd waar nodig, en dat de onderbouwing van de correcties voldoende was. De rechtbank hechtte meer waarde aan de deskundige taxateur dan aan de niet-deskundige standpunten van eiseres.
Uiteindelijk concludeerde de rechtbank dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog was en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €719.000 is ongegrond verklaard en de waarde bevestigd.