Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift van 29 juli 2024 met producties 1 tot en met 21;
- het verweerschrift van 9 oktober 2024 met producties 1 tot en met 9;
- de brief van de kant van Renewi van 10 oktober 2024 met producties 22 en 23;
- de brief van de zijde van Renewi van 14 oktober 2024 met producties 24, 25 en 26;
- de pleitnota van mr. Claassens;
- de spreekaantekeningen van mr. Drenthe.
3.De feiten
email hieronder” genoemd. Dat betreft de e-mail van 11 februari 2024 van [A] aan [verweerder] . De inhoud van die e-mail luidt:
4.Het verzoek van Renewi en het daartegen door [verweerder] gevoerde verweer
“De meeting had ik opgezet omdat ik de laatste tijd allerlei signalen krijg dat het niet goed gaat met [verweerder] als HRD en ik merk het zelf ook.”Er is dus sprake van samenhang (verband) tussen de ziekte en het ontbindingsverzoek. Alleen daarom al dient het verzoek van Renewi afgewezen te worden. In dit kader verwijst [verweerder] naar artikel 7:671b lid 6 onderdeel a BW, de conclusie van A-G De Bock (ECLI:NL:PHR:2023:92, Parket bij de Hoge Raad, 20 januari 2023, 22/02862) en de daaropvolgende uitspraak van de Hoge Raad van 14 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:559). In deze situatie zal Renewi bovendien alsnog een re-integratietraject moeten opstarten volgens de geldende voorwaarden. Dat is tot op heden ten onrechte niet gebeurd.
5.De beoordeling
“De start van [verweerder] bij Renewi was veelbelovend. Zij maakt een goede eerste indruk en haar aanwezigheid was duidelijk merkbaar.”Dat [verweerder] in de beginperiode (2019, 2020 en begin 2021), op enkele verbeterpunten na goed heeft gefunctioneerd, is tijdens de mondelinge behandeling door CEO [A] ook bevestigd. Daarnaast heeft [A] tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat er in de loop van het dienstverband sprake was van een kentering bij [verweerder] . Volgens hem was dat zichtbaar vanaf eind 2021. Uit de processtukken blijkt bovendien dat het gestelde disfunctioneren met name ziet op de stijl van leidinggevenden, waarbij haar houding en gedrag een grote rol speelt, en in mindere mate op het (succesvol) uitvoeren van projecten. [A] heeft in dit kader tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat [verweerder] en hij vlak na de fusie met Van Gansewinkel en Shanks, waaruit Renewi is ontstaan, nauw hebben samengewerkt en deze samenwerking in zijn optiek ook goed is verlopen. In die periode zagen de werkzaamheden van [verweerder] vooral op de reorganisatie op zich en het opbouwen van een (nieuwe HR) structuur voor Renewi. Nadat dit vorm had gekregen, werd er van [verweerder] in haar rol als GHRD een andere manier van leidinggevenden gevraagd. Vanaf eind 2021 kwam namelijk steeds meer de nadruk te liggen op samenwerken en het uitvoeren van processen.