ECLI:NL:RVS:2023:3431
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- C.J. Borman
- R.W.L. Koopmans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit burgemeester over gedoogverklaring coffeeshop in Apeldoorn
Appellanten exploiteren een coffeeshop in Apeldoorn en ontvingen in 2020 een gedoogverklaring voor zes jaar van de burgemeester. De burgemeester verklaarde het bezwaar tegen deze verklaring niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit zou zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de gedoogverklaring wel als besluit moet worden aangemerkt vanwege de bijzondere positie van coffeeshops en de risico's die voortvloeien uit het ontbreken van rechtsbescherming, zoals strafrechtelijke vervolging en gevolgen voor vergunningen. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de bestaande rechtspraak over gedoogbesluiten moet worden aangepast voor coffeeshops.
De Afdeling oordeelde dat gedoogverklaringen voor coffeeshops, inclusief weigering en intrekking, voor de toepassing van bezwaar en beroep gelijkgesteld moeten worden aan besluiten. Dit vanwege de bijzondere regulering van coffeeshops en het onevenredige karakter van het huidige systeem waarbij exploitanten handhavingsbesluiten moeten uitlokken om rechtsbescherming te verkrijgen.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en droeg de burgemeester op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen op het bezwaar. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de burgemeester wordt vernietigd met opdracht tot een nieuw besluit.