ECLI:NL:RVS:2014:2348
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- A. Hammerstein
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging verplichting maximale beloning subsidie Novadic-Kentron
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven had subsidies voor beleidsgestuurde contractfinanciering en medische heroïnebehandeling aan Novadic-Kentron gedeeltelijk geweigerd en daarbij een verplichting opgelegd betreffende de maximale beloning van medewerkers, gebaseerd op de Algemene subsidieverordening gemeente Eindhoven (Asv). Novadic-Kentron stelde zich hiertegen op en de rechtbank Oost-Brabant vernietigde deze verplichting omdat deze niet tot het doel van de subsidie strekte en in strijd was met de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat de verplichting wel een doelgebonden verplichting was en dat de sancties passend waren. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat de verplichting gericht was op inkomenspolitiek en niet op het doel van de subsidie, namelijk het bieden van verslavingszorg. Ook werd geoordeeld dat de verplichting niet als een geoorloofde niet-doelgebonden verplichting kon worden aangemerkt omdat het verband met de gesubsidieerde activiteit te ver verwijderd was.
De Afdeling bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat de verplichting onverbindend is en dat het college deze niet had mogen opleggen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan Novadic-Kentron.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de verplichting tot maximale beloning wordt bevestigd als niet-verbonden.