ECLI:NL:RBOBR:2025:2995
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning wegens onvoldoende identieke vergelijking
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning aan de [adres] in [woonplaats] vast op €418.000 voor het kalenderjaar 2023. Eiser betwistte deze waarde en stelde dat de waarde van het recent verkochte buurpand, dat vrijwel identiek zou zijn, een betere indicatie vormt.
De rechtbank oordeelde dat het buurpand niet (vrijwel) identiek is vanwege significante verschillen in kwaliteit en onderhoud, zoals blijkt uit het taxatierapport van 2 mei 2024. De vergelijkingsmethode, toegepast door de heffingsambtenaar, hield voldoende rekening met waarderelevante verschillen tussen de woningen.
Eiser voerde verder aan dat onvoldoende rekening is gehouden met het matige duurzaamheidsniveau van de woning, maar stelde geen feiten die dit onderbouwen. De rechtbank volgde de heffingsambtenaar dat de vergelijkingsobjecten een vergelijkbaar duurzaamheidsniveau kennen. Ook een ander genoemd object werd niet onderbouwd als vergelijkingspunt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de vastgestelde WOZ-waarde blijft gehandhaafd en eiser geen griffierecht of proceskosten terugkrijgt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.