ECLI:NL:RBOBR:2025:3498
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en vergelijkingsmethode in bestuursrechtelijke procedure
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, een twee-onder-een-kapwoning uit 1969, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €475.000 voor het jaar 2023. De heffingsambtenaar baseert de waardering op een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode is toegepast met drie vergelijkingsobjecten in dezelfde wijk.
Eiser stelt dat het buurpand het beste vergelijkingsobject is, maar de rechtbank oordeelt dat dit pand niet (vrijwel) identiek is vanwege betere onderhoudstoestand en voorzieningen. Ook andere vergelijkingsobjecten verschillen qua daktype, maar zijn voldoende vergelijkbaar vanwege gelijke gebruiksoppervlakte en bouwperiode. Eiser wijst op gebreken zoals verouderde keuken en badkamer, schimmel en scheurvorming, maar de rechtbank volgt de taxateur die hiervoor correcties toepaste.
De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met de onderhoudstoestand en duurzaamheidsniveau. Ook is de motivering van de uitspraak op bezwaar voldoende, ondanks dat niet op alle bezwaargronden expliciet is ingegaan. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep wordt ongegrond verklaard, met afwijzing van teruggaaf griffierecht en proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €475.000 wordt ongegrond verklaard.