Eiseres maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van haar woning vastgesteld door de heffingsambtenaar van de gemeente Son en Breugel. De heffingsambtenaar verlaagde de waarde gedeeltelijk, maar liet een hoorzitting achterwege, ondanks het verzoek van eiseres om een telefonische hoorzitting indien bezwaar niet geheel werd gehonoreerd.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een hoorzitting een gebrek vormt dat niet kan worden genegeerd, zeker omdat eiseres stelde dat zij daardoor in haar belangen is geschaad. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak en beval de heffingsambtenaar om binnen acht weken opnieuw te beslissen, met inachtneming van een hoorzitting.
Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €113,38 en het griffierecht van €51,-. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de termijn nog niet was verstreken. Een verzoek om beoordeling van het cessieverbod werd niet behandeld vanwege gebrek aan bevoegdheid van de belastingrechter.