Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
[naam]uit [vestigingsplaats] ( [naam] )
Inleiding
Procesverloop
Het hiertegen door eiseres ingestelde beroep is geregistreerd onder nummer SHE 23/1015.
2.2 Bij brief van 4 november 2025 heeft eiseres verzocht om schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
2.4 In de zaken is een tweede zitting gehouden op 11 november 2025. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, de gemachtigden van het college en namens Saint Gobain [naam] en [naam] , alsmede mr. S. Nijenhuis en mr. A.S.D. Lijkwan.
Beoordeling van de rechtbank
- Saint Gobain exploiteert sinds 1962 aan de [adres] , op bedrijventerrein [locatie] in [vestigingsplaats] een inrichting voor het produceren van glaswol- en glasvliesproducten. Hiervoor is op 22 december 1981 een milieuvergunning verleend. Op 16 mei 2000 is aan Saint Gobain een (revisie)vergunning op grond van de Wet milieubeheer verleend nadat hiervoor in 1998 een aanvraag was ingediend.
- Voor de productie van de glaswol- en glasvliesproducten wordt glas gesmolten in een (aardgasgestookte) glasoven, waarna het gesmolten glas wordt vervezeld. De emissies die hierbij vrijkomen, worden afgevoerd via de stenen schoorsteen. Aan de glasvezels wordt vervolgens een binder (grondstof) toegevoegd en dit product wordt in de hardingsoven uitgehard. De emissies die hierbij vrijkomen, worden afgevoerd via de stenen schoorsteen.
- Aanvankelijk werd voor alle toepassingen een bakeliet binder (op fenolbasis) gebruikt waarbij - na reiniging door een filter - stoffen als fenol, formaldehyde en ammoniak naar de lucht worden geëmitteerd. In verband met vervanging (in het productieproces van glaswol) van een deel van de bestaande binder door een groene binder en het aanpassen van voorschriften aan BBT-conclusies, is op 7 maart 2017 een vergunning voor het wijzigen van de inrichting verleend.
- Glaswol wordt verkocht onder de merknaam Isover en glasvlies onder de merknaam Adfors. De glasvliesproducten worden voornamelijk toegepast als drager/versterkingsmateriaal voor dakbedekking- en isolatiematerialen, terwijl de glaswolproducten worden toegepast bij isolatie van gebouwen.
- In de directe omgeving van Saint Gobain liggen de Natura 2000-gebieden “Ulvenhoutse bos” (op 13,1 km afstand), “Biesbosch” (op 16,3 km afstand), “Brabantse Wal” (op 17,7 km afstand) en “Krammer-Volkerak” (op 18,3 km afstand). De hoogste maximale stikstofdepositie vanwege Saint Gobain bedraagt volgens het bestreden besluit op het Ulvenhoutse Bos (19,52 mol/ha/jr) en de Brabantse Wal (10,55 mol/ha/jr).
- Saint Gobain heeft op 20 februari 2020 een natuurvergunning aangevraagd op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb. Het college heeft deze vergunning bij besluit van 22 februari 2023 (positief) geweigerd, omdat sprake is van intern salderen.
- Saint Gobain heeft op 21 juli 2023 een aanvraag ingediend voor een nieuwe, de gehele inrichting omvattende omgevingsvergunning tweede fase (een zogeheten revisievergunning) voor onder meer het in werking brengen en houden van een nieuwe oven voor de productie van glaswol (de Isover TEL-oven), ter vervanging van de oude, volledig gasgestookte oven. Ook deze nieuwe oven voert de emissies af via de stenen schoorsteen. De nieuwe oven (ook wel de hybride oven genoemd) zal worden gestookt door een combinatie van gas/zuurstof en elektrische energie, waarmee de emissie van CO2, NOx en het energieverbruik zal worden teruggedrongen. Voor de aanvoer van zuurstof zal een VSA (vacuüm-swing-absorption)-installatie worden gebouwd (de oxyplant). Verder vindt een beperking plaats van de opslagvoorzieningen en de hoeveelheid gevaarlijke stoffen. De aanvraag is diverse malen aangevuld, onder meer op 10 november 2023.
- Voor dit project is op 19 oktober 2023 een omgevingsvergunning eerste fase verleend voor de activiteiten bouwen, aanleggen en handelen in strijd met het bestemmingsplan. Tegen dit besluit is geen beroep ingesteld.
- Vanaf 7 februari 2024 tot en met 19 maart 2024 heeft het ontwerp van de omgevingsvergunning tweede fase ter inzage gelegen, waartegen onder meer eiseres zienswijzen heeft ingediend.
- Op 25 april 2024 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning tweede fase verleend, waarbij het op verzoek van Saint Gobain en met toepassing van artikel 6.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), heeft bepaald dat beide omgevingsvergunningen (eerste en tweede fase) terstond in werking treden.
- Onder meer eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld bij deze rechtbank. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer SHE 24/2453.
- Op 10 december 2021 heeft eiseres het college verzocht om op grond van de artikelen 2.4 en 5.4 van de Wnb de latente (niet gebruikte) stikstofemissieruimte uit de geldende omgevingsvergunning van Saint Gobain te schrappen of de milieuvergunning van Saint Gobain gedeeltelijk in te trekken. Meer specifiek verzoekt eiseres het college om middels een ambtshalve te verlenen natuurvergunning de vergunde emissieruimte voor NOx (stikstofoxiden) naar beneden bij te stellen tot 125 ton per jaar en voor NH3 (ammoniak) tot 67 ton per jaar. Eiseres heeft een beroep niet tijdig beslissen ingediend. Bij besluit van 22 februari 2023 heeft het college het verzoek alsnog afgewezen. Op grond van artikel 6:20 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking op het alsnog genomen besluit. Dit beroep is geregistreerd onder nummer SHE 23/306.
- Bij afzonderlijk besluit van 22 februari 2023 heeft het college ook het verzoek van eiseres van 14 juli 2022, ontvangen op 1 augustus 2022, tot intrekking van de vergunning op grond van artikel 5.4 van de Wnb respectievelijk het verzoek tot het treffen van een maatregel op grond van artikel 2.4 van de Wnb afgewezen. Het hiertegen door eiseres ingestelde beroep is geregistreerd onder nummer SHE 23/1017.
De rechtbank volgt eisers ook niet in de stelling dat de positieve weigering moet worden gelijkgesteld met een natuurvergunning. Zoals gezegd mag het project op grond van de wet worden uitgevoerd. Het college is dan ook niet bevoegd om op grond van artikel 5.3, eerste lid, van de Wet natuurbescherming voorschriften aan de positieve weigering te verbinden. Het college is evenmin bevoegd om de positieve weigering op grond van artikel 5.3, tweede lid, van de Wet natuurbescherming onder beperkingen te verlenen. Deze bepalingen bieden niet de mogelijkheid om voorschriften of beperkingen te verbinden aan een project dat op grond van de wet mag worden uitgevoerd. Daarbij komt nog dat een natuurvergunning tot een nieuwe referentiesituatie zou leiden. Een positieve weigering doet dat niet. Er zijn dus belangrijke verschillen tussen een natuurvergunning en een positieve weigering.”
€ 500,00 per half jaar, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot betaling van een schadevergoeding van
€ 1.000,00 aan eiseres;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 467,-.