Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres,(gemachtigde: mr. W.J.A.M. Koenraadt)
de heffingsambtenaar van de gemeente Vught, de heffingsambtenaar, ([naam]).
Procesverloop
.
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Waarde op basis van aankoopsom
Waarde op basis van de vergelijkingsmethode
WOZ-waarden van woningen in de buurt
€ 40.777 is gecorrigeerd op de waarde van de woning en dat daarmee in voldoende mate is gecorrigeerd voor alle onderdelen van de woning die nog niet klaar waren. Daarnaast heeft de taxateur ook erkend dat de ligging van de woning nabij het spoor in betekenisvolle mate van invloed is, omdat dat bij de vergelijkingsobjecten niet of veel minder speelt. De ligging, en dat is ook gebruikelijk in taxaties als sprake is van overlast, is aangepast van 3 (gemiddeld) naar 2 (matig), en dat heeft geleid tot een correctie van 10% op de grondwaarde. De ligging is daarmee minder dan het gemiddelde in de buurt. De rechtbank kan de toelichting over deze correcties, zoals die ook rekenkundig tot uitdrukking zijn gebracht in de waardematrix volgen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres geen verifieerbare gegevens ingebracht waaruit volgt dat de heffingsambtenaar voor deze waardedrukkende aspecten een verdergaande correctie op de waarde had moeten toepassen.
Rechtbank voorziet zelf
Conclusie en gevolgen
Beslissing
2025, per waardepeildatum 1 januari 2024 naar de toestand op 1 januari 2025, vast op € 513.000 en vermindert de daarop gebaseerde aanslag OZB overeenkomstig deze waarde;