ECLI:NL:RBOBR:2026:4822
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning met moderne en luxueuze afwerking
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning uit 2002, gelegen aan een adres in een buitengebied, met een oppervlakte van 197 m² en een perceel van 2.871 m². De heffingsambtenaar heeft de waarde vastgesteld op €1.080.000 per 1 januari 2024 en deze waarde gehandhaafd na bezwaar.
De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De heffingsambtenaar baseert zich op een waardematrix opgesteld door een taxateur, waarin de vergelijkingsmethode is toegepast met drie woningen als vergelijkingsobjecten. Correcties zijn toegepast voor verschillen in grootte, ligging, bouwjaar, kwaliteit en voorzieningen.
Eiser voert aan dat de vergelijkingsobjecten niet goed vergelijkbaar zijn vanwege verschillen in gastenaccommodaties, horecavoorzieningen, woonoppervlak en ligging. De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar in beroep andere vergelijkingsobjecten heeft gebruikt dan in bezwaar en dat deze objecten geen horecavoorzieningen hebben. De rechtbank volgt de uitleg van de heffingsambtenaar dat er geen identieke vergelijkingsobjecten zijn en dat de toegepaste correcties adequaat zijn.
Eiser heeft geen eigen taxatierapport of andere stukken overgelegd die aanleiding geven tot een lagere waarde. De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk heeft gemaakt en verklaart het beroep ongegrond. De WOZ-waarde blijft gehandhaafd en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de WOZ-waarde van €1.080.000.