Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende B.V. stelde bezwaar en beroep in tegen de WOZ-beschikkingen en aanslagen onroerende zaakbelastingen voor twee bedrijfsobjecten gelegen aan [a-straat] 2 en 3 te [vestigingsplaats]. De Rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de heffingsambtenaar niet bevoegd was, dat de waardering onjuist was en dat procedurele fouten waren gemaakt.
Het Hof oordeelde dat de bevoegdheid van de heffingsambtenaar correct was overgedragen via de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Oost-Brabant en dat de relevante besluiten op juiste wijze bekend zijn gemaakt. De Heffingsambtenaar mocht de waarderingsgegevens in de procedure aanvullen en wijzigen zonder de procesorde te schenden.
De grondstaffel werd niet toegepast op de objecten zelf en de kapitalisatiefactoren van 10,5 en 10,7 zijn volgens het Hof aannemelijk onderbouwd met recente transacties en huurprijzen. De ligging van onderdelen op verschillende verdiepingen is adequaat in de waardering verwerkt. De aanwezigheid van een wasstraat beperkt de aanwendingsmogelijkheden niet objectief en de werktuigenvrijstelling is correct toegepast. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank wordt bevestigd.